Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Fransche rechter wel eens tot uitspraken, die niet altijd gedekt zijn door de wet1)).

Intusschen kan, zooals gezegd, de wet anders bepalen, m.a.w. een fictie van gebruik opstellen.

In Engeland heeft men inderdaad in de Trade Marks Act, Section 75, een dergelijke bepaling opgenomen:

,.Registration of a trademark shall be deemed to be equivalent to public use of the trademark."

Ten onzent zou eenzelfde bepaling alle recht van bestaan hebben; nu zij echter ontbreekt, kan men niet doen, alsof zij wel bestond. Desondanks is toch wel eens door den rechter beslist, dat door inschrijving gebruik gedurende 3 jaar vaststaat (art. 3 lid 1 slot; vgl. blz. 91), omdat de inschrijving als gebruik zou gelden 2).

Drucker 3) bestrijdt deze opvatting terecht. De wet geeft slechts een vermoeden van eerste gebruik en dit vermoeden moet z.i. wijken voor het bewijs, dat de inschrijver het merk op den datum der inschrijving niet of nog niet gebruikte.

Ongewenscht is deze consequentie zeker, maar ook wij meenen, dat zij terecht is getrokken, omdat de bewering, dat de inschrijving zou gelden als gebruik op dat oogenblik, bij de bepalingen der huidige Merkenwet inderdaad niet is te handhaven: geen wetsbepaling kent aan de inschrijving die kracht toe.

Geen steun in de wet vindt dan ook de opvatting van het Haagsche Hof4), dat het vermoeden van eerste gebruik weerlegbaar is, wanneer het gaat om gebruik vóór de inschrijving, onweerlegbaar echter, wanneer het betreft gebruik na de inschrijving. Het bewijsaanbod van een derde, dat hij na de inschrijving het merk gebruikt heeft, vóórdat degene, die als rechthebbende was ingeschreven, daartoe was overgegaan, werd ten onrechte, als niet ter zake dienende, ter zijde gesteld. Toch is deze opvatting voor het jus constituendum de juiste.

1) Vgl. Allart, „Traité des marqués de fabrique" (1914), blz. 101 vlg.

2) Rb. Rotterdam 4 Maart 1931 W. 12271 en id. 24 Juni 1932 W. 12573. *) T.a.pl., blz. 88; anders Rb. 's-Gravenhage 17 Januari 1933 I.E. b. 1933,

blz. 60 m.o. Drucker: inschrijving impliceert gebruik; Hof id. 25 Maart 1929 W. 11989, inschrijving geldt als gebruik, tegenbewijs uitgesloten; zoo ook Rb. id. 24 Mei 1932, bevestigd door Hof id. 5 October 1932 O. & M. 1933, blz. 29.

4) Hof 's-Gravenhage, 25 Maart 1929 W. 11989; O. & M. Februari 1933, blz. 29.

Sluiten