Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ntstaan. Het recht tot het uitsluitend gebruik van een merk ter onderscheiding van iemands fabrieks- of handelswaren van die van anderen ontstaat door gebruik.

ebruik. Dit gebruik moet van dien aard zijn, dat het merk als zoodanig eenige bekendheid bij het publiek heeft verkregen.

scht- Het recht komt toe aan dengene, die het eerst een dus-

ïbbende. danig gebruik van het merk heeft gemaakt. Het bezit van een onderneming, waar de fabrieks- of handelswaren, ter onderscheiding waarvan het merk moet dienen, vervaardigd of verhandeld worden, blijft een vereischte. Slechts een uitzondering moet ten deze worden gemaakt voor de merken voor diensten (zie voor collectieve merken blz. 105).

schrij- De inschrijving is declaratief, doch wordt na vijf jaar, ng' behoudens kwade trouw of bedrog, onaantastbaar. De inschrijving geldt, behoudens kwade trouw of bedrog, als gebruik op het oogenblik der inschrijving en levert vermoeden van eerste gebruik, dus vermoeden van recht op.

oor- Inschrijving kan geweigerd worden:

iderzoek.

1. Bij overeenstemming geheel of in hoofdzaak met een reeds ingeschreven merk voor dezelfde soort van waren — toestemming van den eersten rechthebbende ten spijt — en bij wijze van uitzondering ook voor waren van een andere soort (blz. 84).

2. Bij strijd met de goede zeden of met de openbare orde, gelegen in het merk zelf of in het gebruik daarvan, of wanneer het merk publiekrechtelijke wapens bevat1).

3. Bij het ontbreken van één der voorwaarden, noodig voor een onderscheidingsteeken om merk in den zin der wet te zijn.

4. Bij strijd met art. 3bis (vgl. blz. 79).

andha- A. Niet-ingeschreven merken.

|y|g y2D

et merk- De eerste gebruiker is rechthebbende en heeft de volgende seht. acties tot handhaving van zijn recht:

1. een actie tot schadevergoeding, gegrond op art. 1401B.W., wegens gepleegden inbreuk, tenzij degene, die van inbreuk beschuldigd wordt, gedurende meer dan vijfjaar

1) N.B. art. 6bis Unieverdrag.

Sluiten