Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht van den eischer op dat merk gesproken kan worden en dat zijn (gedaagde's) gebruik dientengevolge niet onrechtmatig is geweest.

Inderdaad missen in de practijk vele merken onderscheidend vermogen; vaak is dit te wijten aan eigen schuld van den oorspronkelijk rechthebbende, die niet tijdig het gebruik van zijn merk door anderen heeft tegengegaan, vaak ook wordt een woordmerk tegen den wil van den rechthebbende en zijns ondanks tot soortnaam, zelfs wanneer hij alles in het werk stelt om dat te voorkomen.

Het karakter van merk verdwijnt dan vaak ten eenenmale. Zoo achtte b.v. het Haagsche Hof (het betrof hier het merk Euchinin) het zoozeer in strijd met het rechtsgevoel om den oorspronkelijk rechthebbende te handhaven in zijn uitsluitend recht tot gebruik van dit merk, dat het, zonder zich op een wetsbepaling te kunnen beroepen, besliste, dat de eerste gebruiker — dus de oorspronkelijk rechthebbende — door het langdurige en algemeene gebruik van dit merk, zijn uitsluitend recht had verloren ).

De Hooge Raad heeft echter nooit een dergelijk standpunt bevestigd. Integendeel, de Hooge Raad gaat zelfs zoover, een uitsluitend recht op een tot soortnaam geworden woordmerk te erkennen, wanneer dit merk op het oogenblik der inschrijving reeds soortnaam was, mits het eenmaal, d.w.z. op het oogenblik van het eerste gebruik, onderscheidend vermogen bezat.

Dit werd o.a. uitgemaakt in een arrest, waarbij een vonnis van het Haagsche Hof werd vernietigd. Het Hof had de N.V. Biscuitfabriek Victoria te Dordrecht, ten name van wie het merk „Bonne Mère" voor biscuits ingeschreven stond, niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek in hooger beroep aan het Hof om de inschrijving van het merk „Bonne Amie" (eveneens ingeschreven voor biscuits), ten name van de N.V. Biscuitfabriek Nutrix te Leiden, nietig te verklaren wegens overeenstemming in hoofdzaak 2). Het Hof overwoog, dat het merk „Bonne Mère" door de N.V.

i) Hof den Haag 4 Mei 1908 W. 8717 Uittr. I.E. 1913, blz. 172; in denzelfden zin Hof den Haag 7 Februari 1927 I.E. 1927, blz. 150; H.R. 1 Maart 1928 N.J. 1928, blz. 585 (Merkrecht niet te niet, doordat merk soortnaam wordt). Z-ie ook blz. 36; vgl. Vollmar t.a.pl., blz. 46.

») Rb. 's-Gravenhage 14 Juni 1927 I.E. 1927, blz. 129; Hof ld. 12 December 1927 vern. bij arr. H.R. 1 Maart 1928 N.J. 1928, blz. 585 en 14 Februari i929 N.J. 1929, blz. 641.

Sluiten