Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Hier gelden andere overwegingen dan bij de bovengenoemde gevallen en hier zouden niet zonder meer belanghebbenden het recht mogen hebben nietigverklaring te verkrijgen.

Voor het toekennen van dit recht aan belanghebbenden pleit, dat de rechthebbende op een ingeschreven merk zelf voor de handhaving van zijn recht heeft te waken en maatregelen behoort te nemen om ongeoorloofd gebruik ervan door anderen tegen te gaan. Doet hij dit niet en kan het merk door een algemeen en voortdurend gebruik gedurende bepaalden tijd, ook door anderen dan den rechthebbende, geacht worden zich tot soortnaam te hebben ontwikkeld, dan is dit onder die omstandigheden toe te schrijven aan eigen onachtzaamheid, die niet geheel ten onrechte met verlies van het recht zou worden gestraft.

Anderzijds kan een dergelijk verlies zeer onbillijk werken, b.v. in het geval, dat aan een nieuw product, hetwelk met een bepaald merk op de markt wordt gebracht, door het publiek het woordmerk als naam gegeven wordt; hiertegen kan de fabrikant weinig of niets doen, zelfs al wilde hij het. Om dan eenvoudig aan een concurrent het recht toe te kennen om op grond van het feit, dat het merk tot soortnaam is geworden, de inschrijving te doen nietig verklaren, zou ten eenenmale in strijd zijn met het rechtsgevoel.

Wel doet zich daarbij de vraag voor of het tegenover concurrenten billijk is om den fabrikant van een dergelijk product met een tot soortnaam geworden merk door zijn practisch eeuwigdurend merkrecht een soort feitelijk monopolie op de productie ervan te waarborgen. Dit bezwaar is inderdaad niet denkbeeldig. Men denke b.v. aan het merk Aspirine. In zoo sterke mate is dit geworden tot naam van het aldus gemerkte pharmaceutische product, dat een product, hetwelk misschien precies dezelfde samenstelling heeft en precies dezelfde uitwerking, doch dat den naam aspirine — zijnde een merk, waarop een ander recht heeft — niet mag voeren, bij het publiek geen ingang vindt, zelfs al is het de helft goedkooper. Door haar merk aspirine heeft de firma Bayer inderdaad practisch een feitelijk monopolie op de vervaardiging van „aspirine". Maar hief men dat bezwaar op door, op grond van verlies van onderscheidend vermogen van dat merk, aan belanghebbenden het recht te geven een nietigverklaring van de

Sluiten