Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de Memorie van Toelichting op dit Wetsontwerp alsmede uit genoemd verslag blijkt, dat men de verschillen tusschen het individueele merk en het collectieve merk van te principieelen aard achtte dan dat beide groepen merken in één wet konden worden ondergebracht; vandaar dan ook een speciale wet op de collectieve merken.

De inhoud van het ontwerp stemt in vele opzichten overeen met dien van bepalingen, welke sinds de Conferentie van Washington in andere landen ten aanzien van collectieve merken zijn ingevoerd, maar wijkt ook op verschillende punten van de behandelde regelingen af, zoodat bespreking van het Belgische wetsontwerp wel van belang is.

In de eerste plaats acht men het noodzakelijk, dat een ieder terstond kan zien, of een merk als individueel dan wel als collectief merk dienst doet; daarom schrijft art. 3 voor, dat aan elk collectief merk op duidelijke wijze de letters M.C. moeten worden toegevoegd.

*ndenCb~ ^rt" 1 omschrijft nauwkeurig, wie als rechthebbenden »t c^jllec- °P een collectief merk kunnen optreden:

eve merk. „Beroepsvereenigingen van voortbrengers of handelaars mogen, indien zij de rechtspersoonlijkheid genieten, gemeenschappelijke merken deponeeren, uitsluitelijk bestemd voor de leden der vereeniging, met het doel de goede faam van de door hen voortgebrachte of verkochte waren te behoeden.

_ Het Rijk, de provinciën en de gemeenten, alsmede groepeeringen van provinciën of gemeenten, handelende ten behoeve der op hun grondgebied gevestigde voortbrengers, bezitten eveneens zulk recht. Die administraties en die voortbrengers genieten, onderscheidenlijk, onder gelijke voorwaarden, dezelfde rechten als bovenbedoelde beroepsvereenigingen en hun leden.

Koninklijke besluiten mogen ook nog het recht om gemeenschappelijke merken te deponeeren verleenen aan inrichtingen van algemeen nut, die door die besluiten worden aangeduid. Enkel de inrichtingen, die de rechtspersoonlijkheid bezitten, mogen aanspraak maken op die bepaling. Terzelfdertijd duidt de Koning de personen aan, die de merken mogen benuttigen."

Deze regeling is ruimer dan in Duitschland, ruimer ook dan in het Fransche wetsontwerp.

schrij- In art. 5 wordt nader aangegeven, op welke wijze de verheids- inschrijving moet worden bewerkstelligd, waarbij een exemmtröie. plaar van statuten en reglementen (vergelijk Duitschland) moet worden overgelegd. In deze statuten en reglementen moeten ingevolge art. 4 de voorwaarden zijn vermeld, waaraan het gebruik van het merk wordt onderworpen, alsmede de controlemaatregelen.

shade- De beroepsvereeniging is voorts uitsluitend rechthebbende ^ op het collectieve merk (art. 6) en uitsluitend bevoegd voor de bescherming van het merk in rechte op te treden, tenzij

Sluiten