Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het collectieve merk wordt verlangd. Deze overheidszorg uit zich in speciale voorschriften voor de inschrijving van collectieve merken.

In Engeland heeft men blijkbaar de gevaren, die de collectieve merken kunnen opleveren, al heel sterk gevoeld. De „Board of Trade" heeft niet alleen de bevoegdheid om de inschrijving van een collectief merk te weigeren, wanneer hij het geven van den waarborg, ten bewijze waarvan het collectieve merk zal moeten worden aangebracht, niet in het algemeen belang acht1), maar daarnaast om de eens gegeven toestemming in te trekken, wanneer, naar zijn oordeel, de rechthebbende niet langer in staat is dien waarborg te geven.

Voor Rijksgarantiemerken (zooals b.v. het Rijksbotermerk, blz. 48) zou deze bepaling niet ver genoeg gaan, omdat hier een veel krachtiger controle vereischt wordt, maar voor alle andere collectieve merken gaat zij o.i. verder dan noodig en wenschelijk is; verder dan noodig is, omdat het ongemotiveerd zou zijn van elke onderneming, die het beschikkingsrecht wenscht te hebben over een collectief merk, te verlangen, dat zij in het algemeen belang werkt2) (al is het natuurlijk wel noodig ervoor te zorgen, dat de onderneming niet handelt in strijd met het algemeen belang), en verder dan wenschelijk is, omdat de „Board of Trade," c.q. het Merkenbureau, niet het aangewezen orgaan is om te beoordeelen, of de rechthebbende op een collectief merk geacht moet worden de geschiktheid te bezitten om zijn taak naar behooren te vervullen.

In Engeland is weliswaar van moeilijkheden, hieruit voortvloeiende, niet gebleken, maar theoretisch is een dergelijke vèrdoorgevoerde overheidsinmenging buitengewoon gevaarlijk, temeer omdat de rechthebbende daar geheel overgeleverd is aan het subjectieve inzicht van de leden van den „Board of Trade".

Het overheidstoezicht, zooals dit in de drie andere landen is uitgewerkt, waar, bij de inschrijving van het collectieve merk, verlangd wordt overlegging van de statuten en/of

Vgl. Pr. Ind. Februari 1934, blz. 38: gewoonlijk zal het niet bewijsbaar zijn, dat het algemeen belang met het gebruik van het collectieve merk gediend wordt; de privaatrechtelijke belangen worden zoodoende te kort gedaan, omdat inschrijving van het grootste aantal collectieve merken op dien grond geweigerd zou kunnen worden.

a) Dit vereischte past slechts bij Rijkscontrólemerken, zie blz. 48.

Sluiten