Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Conclusie.

Is het te boud gesproken, wanneer wij aan het slot van deze studie de conclusie trekken, dat ingrijpen van den wetgever in de regeling der merkenbescherming dringend noodzakelijk is en dat de collectieve merken in de eerste plaats aanspraak op een wettelijke regeling mogen maken ?

Wat immers de collectieve merken betreft, het groote aantal en de vele soorten ervan, die zich langzamerhand in de handelswereld een plaats hebben weten te veroveren, de hoogst belangrijke rol, die zij vaak vervullen, de groote waarde, die zij veelal de facto vertegenwoordigen — ook in ons land —, vormen een al te schrille tegenstelling met hun rechtspositie ingevolge de bepalingen der geldende Merkenwet.

De Merkenwet behoeft in haar geheel grondige herziening, maar de bescherming der collectieve merken kan niet op die algeheele herziening wachten. De collectieve merken zijn — afgezien van de bescherming op grond van het gemeenerecht — practisch rechteloos en hierin behoort zoo spoedig mogelijk te worden voorzien. Inlassching der collectieve merken in de bestaande Merkenwet — het behoeft wel geen nader betoog — verdient geen aanbeveling, slechts een speciale wet, betreffende de collectieve merken, kan hier uitkomst brengen.

Mede in verband met de in afdeeling 2 van Hoofdstuk V gegeven beschouwingen zouden wij daartoe het volgende voorstel willen doen x):

') Volledigheidshalve is als aanvullingspepaling opgenomen een wijziging van art. 337 Sr. teneinde ook aan inbreuk op het recht op een collectief merk of misbruik van een collectief merk strafsanctie te verbinden.

Sluiten