Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE L

WET

van den 3osten September 1893, S. 146,

gewijzigd bij de wetten van 30 December 1904, S. 284, 10 Februari 1910, S. 56, 7 Januari 1911, S. 5, 8 Februari 1912, S. 64, 25 Juli 1919, S. 523, 4 December 1920, S. 849, 5 Juli 1921, S. 842 (Handelsnaamwet, S. 1921, No. 842) en 28

Juli 1924, S. 378.

houdende bepalingen op de Fabrieks- en Handelsmerken.

I. Van het Bureau cn de Hulpbureaux voor den Industrieelen Eigendom.

Artikel 1.

1. Er is een Bureau voor den industrieelen eigendom voor het Rijk in Europa en zijne koloniën en bezittingen in andere werelddeelen, tevens dienende tot centrale bewaarplaats, als bedoeld bij art. 12 der internationale overeenkomst tot bescherming van den industrieelen eigendom, den 20sten Maart 1883 te Parijs gesloten en goedgekeurd bij de wet van 23 April 1884 (Staatsblad

N°. 5 Dit Bureau ressorteert onder den Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid en is gevestigd te 's-Gravenhage. De inrichting van het Bureau wordt bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld.

3. De gelden, bij het Bureau voor den industriëlen eigendom ontvangen op grond van wetten betreffende dien eigendom of van de overeenkomst betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- en handelsmerken, den i4den April 1891 te Madrid gesloten en goedgekeurd bij de wet van 12 December 1892 (Staatsblad No. 270), zooals die overeenkomst is gewijzigd bij de additioneele akte, den i4den December 1900 te Brussel geteekend en goedgekeurd bij de wet van den 7den Juni 1902 (Staatsblad No. 85), komen voor zoover zij niet aan het Internationale Bureau der Unie tot bescherming van den industrieelen eigendom te Bern moeten worden overgemaakt, ten bate van s Rijks schatkist. De wijze, waarop die gelden worden verantwoord, wordt bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld.

Artikel 2.

Bij algemeenen maatregel van bestuur worden de Hulpbureaux voor den industrieelen eigendom, tevens hulpbewaarplaatsen, belast met de openbare mededeeling van de fabrieks- en handelsmerken in de koloniën en bezittingen in andere werelddeelen, aangewezen, en de verdere werkzaamheden dezer Hulpbureaux, benevens de daarmede verband houdende verrichtingen van het in het eerste lid van art. 1 bedoelde Bureau voor den industrieelen eigendom, geregeld.

Sluiten