Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na de stichting van Batavia in 1619. Toen kreeg de Compagnie, in staatsrechtelijken zin gesproken, onderdanen.

De jonge étad Batavia.

Aanvankelijk bestonden de inwoners van onze nederzetting in de versterkingen Nassau (1610-'11) en Mauritius (1614-'15) slechts uit de vaste bewoners van het kasteel.

Als stichtingsdatum van Batavia, ontstaan ter plaatse van de Padjadjaransche haven Soenda Kalapa — na de verovering van deze haven door Bantam genaamd Djajakarta of Soerakarta —-, is nu eenmaal aangenomen 30 Mei 1619. De herdenking van dezen dag is ruim twee eeuwen lang jaarlijks feestelijk gevierd. De naam „Batavia" werd tegen Coen's wil vastgesteld. Reeds 31 October 1617 schreven Heeren XVII aan den GouverneurGeneraal en Raden van Indië, dat de naam Djakarta vervangen zou worden door Batavia. Den 29en Mei 1619 wordt deze naam op het fort aangebracht en in 1621 komt een hernieuwde last van het Opperbestuur tot invoering van den naam Batavia *).

Oorsprong der Europeeécbe bevolking.

Reeds bij onze loge te Jacatra trof men een burgerbevolking aan. Gouverneur-Generaal Reynst was er in 1615 overleden; er waren o.a. twee predikanten en een schoolmeester. In 1616 werden er eenige huwelijken gesloten. Er waren dus al dadelijk vrij wat Europeesche burgers in de nieuwe stad. Verder waren er een aantal inlanders van de Koromandelkust, deels krijgsgevangenen, deels Portugeesche overloopers 2). Vóór onze komst te Jacatra waren er ook eenige Chineezen. Ook Europeesche herbergiers en tappers kwamen er spoedig te Batavia, wat wel blijkt uit de belasting die aan hen was opgelegd 3).

*) Zie Patriasche missive van 4 Maart 1621 in Realia I, pag. 103.

2) Oud-Batavia, § 35, pag. 19.

3) Reeds een plakaat van 3 October 1620 bepaalde, dat deze burgers maandelijks een „licent-briefje" moesten afhalen, ter

Sluiten