Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer „burgers" genoemd1). Soms werden de Compagniesdienaren onderscheiden in „duytse als inlantse" 2). (Onder „duytse" is hier te verstaan „Neder-duitsche"). In 1653 werden de „Nederlandse vrouwen" afzonderlijk genoemd naast de „Inlandse vrouwen" 3), wel een bewijs dat hun aantal toen niet groot was. Dit heeft nog jaren geduurd. In 1656 werden de overledenen verdeeld in „Europeaers en van Indiaense landtaert" 4), dan weer „van Duytsche natie en Inlandsche" ®). Bij de huwelijken te Batavia in 1657 voltrokken zien wij een onderscheiding gemaakt in „Europianen en inlanderen" 6). Bij de sterfte-opgave in datzelfde jaar wordt de onderscheiding nog vager, dan wordt nl. gesproken van „Europise natie en Asiase natie" of van „Europianen" en „Asianen" 7). Blijkbaar liep men toen reeds vast bij de vaststelling van de staatsrechtelijke indeeling der bevolking. Bij een andere opgave van overledenen in 1657, waarbij onderscheiden wordt tusschen ,,Nederland eren en inlantse natiën", staat nog de opmerking „alle boven de Javanen, Chinesen, Maleyers ende heydense natiën" 8). Deze zijn hier dus niet onder begrepen, zoodat de bovengenoemde Inlanders wel Christenen zullen zijn geweest. Elders vinden wij weer van „Europianen" en van „Mardijkers" gesproken 9). Deze Mardijkers zijn dan de „Portugeesch -sprekende Christen-Inlanders van de Koromandelkust en hun afstammelingen te Batavia, waarover later meer. Bij de aantallen gedoopten in 1661 wordt gesproken van „soo Duytse als hierlandse", en „Nederlandse en swarte" 10). Onder deze „hierlandse" zullen ook wel personen van gemengden bloede begrepen zijn; met „swarten" werden de Mardijkers bedoeld.

X) Daghregister 1648, pag. 160.

а) Idem 1648, pag. 191.

3) Idem 1653, pag. 8.

4) Idem 1656, pag. 22.

5) Idem 1656, pag. 61.

б) Idem 1657, pag. 109.

7) Idem 1657, pag. 132 en 221.

8) Idem 1657, pag. 278.

9) Idem 1657, pag. 352.

10) Idem 1661, pag. 47.

2

Sluiten