Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet alleen te Batavia, ook elders deed zich dit tekort aan Europeesche vrouwen voor. Zoo b.v. op Banda, van welks bevolking wij in het Daghregister van 1636 vinden vermeld, dat er totaal 3842 personen waren, waaronder zich bevonden 351 Nederlanders in dienst van de Compagnie, 91 vrije Nederlandsche burgers en 20 Neder landsche vrouwen, zoodat deze vrouwen nog geen 5% van alle Nederlanders uitmaakten, de Nederlandsche kinderen ten getale van 77 nog niet eens mede gerekend. Op Banda heeft dan ook een groote invoer van Balische slavinnen plaats gehad 1).

Ten aanzien van gemengde huwelijken tusschen Nederlanders en Inlandsche vrouwen werd op 8 Juni 1641 de bepaling gemaakt, dat alleen die Inlandsche vrouwen met Nederlanders mochten huwen, ,,die redelyk Nederduyds" spraken, zulks „tot stremming van de progresse der Portugeese taaie ter dezer Hoofdplaats" 2). Met deze „Inlandsche" vrouwen zullen in verband met hun taal, wel de Mardijkervrouwen bedoeld zijn. Zij moesten Christenen zijn, want „swarten" (Mardijkers) mochten alleen huwen, wanneer zij tevoren ,,in de beginselen van het Christelyke gelove onderwesen" waren 3). Was in 1633 aan mannen, met Inlandsche vrouwen gehuwd, toegestaan naar Nederland te vertrekken, mits zij hun vrouwen behoorlijk verzorgd achterlieten, in 1649 werd bepaald dat met de retourschepen geen passage zou worden verleend aan de Inlandsche vrouwen, „noch ook aan de mannen, die met de zodanige getrouwd zijn" 4); dit gold zoowel Compagniesdienaren als burgers. Even-

-1) Ter vergelijking diene, dat in deze zelfde opgave, de ,,vrye naturelle Bandanesen" bestonden uit 50 mannen, 133 vrouwen en 97 kinderen, verder 187 mannen, 319 vrouwen en 328 kinderen „van allerhande vrye natie", 53 mannen, 158 vrouwen en 69 kinderen, die allen „Bandaneese lyffeigenen" waren en 782 mannen, 723 vrouwen en 407 kinderen, ,,alderhande natie, synde lyffeigenen". Deze laatsten waren hoofdzakelijk Balineezen (Daghregister 1636, pag. 236.).

2) Realia I, pag. 306 en Plakaatboek I, pag. 459.

3) Plakaat van 10 Sept. 1632, Realia III, pag. 270.

4) Plakaat van 30 Sept. 1649, Realia I, pag. 311 en III, pag. 62

en 342.

Sluiten