Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den toegewezen x). In de Encyclopaedie van N.I. lezen wij dat na de verovering van Malakka in 1641, „vele afstammelingen van Portugeezen en Inlandsche Christenen van daar naar Batavia" kwamen. In de toen uitgebreide Portugeesche gemeente te Batavia vond de nederzetting van Toegoe haar oorsprong. Een feit is dat bij plakaat van 3 November 1676 een Inlandsch leermeester te Toegoe werd aangesteld, waar een 40- a 50-tal „Christen huisgezinnen te Toegoe woonachtig, ernstigh" om hadden verzocht2). Hun taal was verbasterd Portugeesch. Omstreeks het begin der twintigste eeuw begonnen zij door huwelijken zich te vermengen met de Dèpoksche Christenen, waardoor deze „Portugeesche" gemeente uit de geschiedenis verdwijnt. Door dehoogere ontwikkeling van de Dèpokkers kon deze vermenging niet anders dan gunstig zijn 3).

Mixtiezen..

De positie der Mixtiezen in den Compagniestijd is niet zeer duidelijk te bepalen. Genoten zij eenerzijds als „Christenkinderen" of hun afstammelingen de voordeden, in dien tijd aan het Christendom verbonden, anderzijds werden zij herhaaldelijk bij de Europeanen ten achter gesteld. Dit blijkt b.v. uit een resolutie van 10 Juni 1698, waarbij een „Burger Cavallerie" werd opgericht en „waartoe geen swarte of inlanders... sullen mogen aangenoomen werden, nog eenige lieden, die alleen van 's vaders zyde van Europeesen bloede afkomstig syn, schoon hunne voorouders van moederskant meede, so verre men weet of nagaan kan, van vrye lieden gesprooten syn, dan met speciale ordre... van den heer Gouverneur-Generaal" 4).

Bij plakaat van 19 April 1715 werd nog bepaald, dat „Mixtiese dienaren... met geen bedieninge gebenificeert

*) Oud-Batavia II, § 1399, pag. 252.

2) Plakaatboek II, pag. 579.

3) Encyclopaedie van N.I., deel IV, 2e druk, pag. 385-386; zie ook noot 7, pag. 27.

4) Plakaatboek IX, § 75, pag. 517.

Sluiten