Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan werd deze bij zijn meerderjarigheid haar voogd1). Sinds de toepasselijkverklaring van het B.W. op de Chineezen in 1917 2), geldt voor de voogdij der moeder

bovengenoemd art. 345 B.W.

Bij de Mohammedaansche Inlanders en Vreemde Oosterlingen evenwel is de moeder niet van rechtswege met de voogdij belast, maar zij kan door haar man tot voogdes worden benoemd; ook kan hij de voogdij aan een andere vrouw opdragen, maar in beide gevallen alleen, wanneer zij den Mohammedaanschen godsdienst belijdt ).

Ingevolge het bij art. 4 bepaalde, dat de vrouw, na de huwelijksontbinding hertrouwende met een man, aan een ander recht onderworpen dan haar eersten echtgenoot, haar eersten verkregen staat verliest, is het dus uitgesloten, dat zij aan tweeërlei recht onderworpen zou zijn Dit is in overeenstemming met het „algemeen aangenomen beginsel, dat iemand slechts die zakelijke rechten vermag uit te oefenen, welke de voor hem geldende wetgeving als zoodanig erkent". Een gevolg hiervan is, dat een Inlandsche vrouw, met een Europeaan gehuwd zijnde, geen inlandsche rechten op ,,haar grond kan/ uitoefenen. Blijkens de Toelichting3) achtte de Staatscommissie een regeling van deze rechtsvraag niet noodig; als zij voor zoude komen, zoude zij door den rechter moeten worden beslist. ..r ti i l 4.

Aangaande de kinderen, die ongetwijfeld den staat van hun vader volgen, bepaalt art. 11 nog, dat oo e kinderen, geboren uit gemengde huwelijken, die voltrokken zijn op den ouden voet, publiek- en privaatrechtelijk den staat van hun vader volgen. Om in de toekomst moeilijkheden te vermijden werd dit voorschrift gegeven.

Wanneer de trouwakte der ouders ontbreekt of daarin gebreken voorkomen, hetgeen o.a. het geval kan zijn _bij een huwelijk van een Europeesche vrouw met een Inlander, gesloten volgens diens adatrecht4), dan kan de

x) Zie Wetgeving voor Ned.-Indië I, pag. 23.

2) Zie hiervoor in Hoofdstuk V.

3) Zie Wetgeving voor Ned.-Indië I, pag. 27 en 28.

4) Bij de huwelijken gesloten volgens het adatrecht, die dus geen huwelijken zijn in den zin van het B.W., doen zich soms eigen-

Sluiten