Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarin geheel te zijn opgegaan" gerekend onder de Zelfbestuursonderhoorigen *).

Wanneer de „oplossing" geacht moet worden voltooid te zijn, is moeilijk uit te maken en zal tot vele moeilijkheden aanleiding kunnen geven. Het is „een feitelijke kwestie" meent Mr. Kleintjes „en zal veel van subjectief inzicht afhangen. Vrijheid voor ruime opvatting wordt hier dus wel gegeven, houvast allerminst" a).

Een merkwaardig geval in verband met deze „oplossing" wordt medegedeeld door Mr. C. T. Bertling, betreffende de zgn. Solokhs ter Oostkust van Borneo 3). Van deze lieden, bewoners van de Soeloe-archipel (Philippijnen), vestigden zich sinds onbepaalden tijd velen op verschillende kusteilanden, tot Borneo behoorende en zijn in de praktijk als Inheemschen behandeld, ofschoon zij volgens art. 109 R.R. als Vreemde Oosterlingen behoorden te worden aangemerkt.

De eilanden, waar de Solokhs zich vestigden, waren nagenoeg onbewoond. Van „oplossen" in de Inheeméche bevolking kan dus geen sprake zijn. Weliswaar heeft de feitelijke vestiging van deze lieden plaats gehad zonder schriftelijke vergunning en kunnen zij dus volgens art. 106 R.R. geen ingezetenen van Nederlandsch-Indië zijn. Mr. Bertling beschouwt deze lieden als de „oorspronkelijke" bevolking. Hij acht het bezwaar van het gemis eener schriftelijke vergunning niet van practisch belang, aangezien „reeds het volgend geslacht in den meest werkelijken zin „inboorlingen" volgens de wettelijke tekst mag heeten".

C. Aan de bepalingen voor Vreemde Oosterlingen zijn, behoudens den bij ordonnantie te regelen rechtstoestand dergenen onder hen, die het Christendom belijden, onderworpen allen, die niet vallen in de termen van het tweede of derde lid van art. 163 I.S. (art. 163 lid 4 I.S.).

Alle personen, die geen „Europeanen" of „Inlanders" zijn, zijn dus „Vreemde Oosterlingen".

-1) Zie art. 13 der Zelfbesfruursregelen 1927 (S. 190).

2) Mr. Kleintjes, Staatsinstellingen I, 6e druk. pag. 111 en 112.

3) „Onopgeloste oplossing". Kol. Stud. 1926, pag. 20-28.

Sluiten