Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE STAATSREGELING

(WET VAN 2 SEPTEMBER 1854, S. 1855: 2, NED. S. 1854:129), ZOOALS DIE WET O.A. IS GEWIJZIGD EN AANGEVULD BIJ S. 1899: 202 (NED. S. 121), S. 1907: 205 (NED. S. 347), S. 1919: 622 (NED. S. 287) EN S. 1925: 415 EN 416 (NED. S. 234 EN 235) EN BEKENDGEMAAKT IN S. 1925: 447 (NED. S. 327)

Artikel 163

1. "Wanneer bepalingen van deze wet, van algemeene en andere verordeningen, reglementen, keuren van politie en administratieve voorschriften onderscheiden tusschen Europeanen, Inlanders en Vreemde Oosterlingen, gelden voor hare toepassing de navolgende regelen.

2. Aan de bepalingen voor Europeanen zijn onderworpen:

le alle Nederlanders;

2e alle personen, niet begrepen onder no 1, die uit Europa afkomstig zijn;

3e alle Japanners en voorts alle van elders afkomstige personen, niet begrepen onder nos 1 en 2, die in hun land onderworpen zouden zijn aan een familierecht, in hoofdzaak berustende op dezelfde beginselen als de Is ederlandsche;

4e de in Nederlandsch-Indië geboren wettige of wettelijk erkende kinderen en verdere afstammelingen van de personen, bedoeld onder nos 2 en 3.

3. Aan de bepalingen voor Inlanders zijn, behoudens den bij ordonnantie te regelen rechtstoestand der Inlandsche Christenen, onderworpen allen, die behooren tot de inheemsche bevolking van Nederlandsch-Indië, en niet tot eene andere bevolkingsgroep dan die der Inlanders zijn overgegaan, gelijk mede zij, die behoord hebbende tot een andere bevolkingsgroep dan die der Inlanders, zich in de inheemsche bevolking hebben opgelost.

4. Aan de bepalingen voor Vreemde Oosterlingen zijn behoudens den bij ordonnantie te regelen rechtstoestand dergenen onder hen, die het Christendom belijden, onderworpen allen, die niet vallen in de termen van het tweede of van het derde lid van dit artikel.

5. De Gouverneur-Generaal is bevoegd om in overeenstemming met den Raad van Nederlandsch-Indië de bepalingen voor Europeanen toepasselijk te verklaren op personen, daaraan niet onderworpen. De toepasselijkverklaring geldt van rechtswege mede voor de daarna geboren wettige of wettelijk erkende kinderen en verdere afstammelingen van den betrokkene.

6. Ieder kan volgens bij ordonnantie te stellen regelen door den rechter doen beslissen tot welke categorie van personen hij behoort.

Sluiten