Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Flavius Philostratus der altere, griechischer Sophist aus Lemnos, hebt den tyrischen Purpur wegen seiner Schönheit besonders hervor und betont dabei die Erhöhung der Farbenpracht durch die Einwirkung der Sonne." 6)

i) Homerus bekleedt zijn helden met purper. De Israëlieten leerden gedurende hun ballingschap in Egypte onder meer de ververij kennen. Het Oude Testament spreekt van rood en blauw purper en van kermes.

„Also machten alle weise Manner unter den Arbeitern am Werk die Wohnung, zehn Teppiche von gezwirnter weiszer Leinwand, blauem und rotem Purper und Scharlach und Cherubim daran künstlich." 8)

„Du putzest dich vergeblich, „sagt Jeremias zu ]udaa", obschon du dich in Purpur kleidest, Goldschmuck anlegst und mit Schminke deine Augen farbst." 9)

Flavius Josephus bericht in zijn geschiedenis van het Joodsche volk, dat aan hetzelve scharlaken, karmozijnrood en bovenal het purper der purperslak bekend was. 10) Als de bakermat der ververij is wel Indië te beschouwen 11) ofschoon hierover nog geen geschiedbronnen tot heden ter beschikking staan in geschreven vorm. Verschillende benamingen in de techniek als indiennes: bedrukte stoffen, verder: calico,. madapolam, bandanas welke bepaalde katoenen stoffen aanduiden en indigo de welbekende verfstof wijzen erop dat de verfkunst in Indië niet onbekend was. Ook aan de Chineezen en de Japaneezen was de ververij bekend. De chineesche Keizer en de Keizerin droegen gele gewaden. De keizerlijke bijvrouwen droegen violette, de ridders van den eersten graad blauwe, die van den tweeden graad roode en die van den derden graad zwarte kleeren. 12) Deze volken kenden o.a. de volgende verfstoffen: indigo, kermes en lo-kao. De kermes

a) K. Faymonville 1-c. pag. 26.

Flavii Philostcati opera — Vol. II, Icon. 3 pag. 334, 45 — Ed. C. L. Kayser, Leipzig MDCCCLXXI.

7) Ilias XXII 440.

8) Exod. XXXVI — 8 en XXXIX — 29.

K. Faymonville — l.c. — pag. 30—31.

#) 2 — Sam. 1—24.

K. Faymonville — l.c. — pag. 31.

10) Paul Ruggli — l.c. — pag. 271.

11) P. Ruggli — l.c. — pag. 265.

12) P. Ruggli —• l.c. — pag. 265.

Sluiten