Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt geleverd door een schildluis; deze roode verfstof werd in de oudheid ten onrechte van plantaardigen oorsprong verdacht. 13)

Lo-Kao is chineesch groen. Het behoort tot de flavonderivaten en is afkomstig van verschillende Rhamnussoorten. 14) Opmerkelijk is dat de Grieken slechts weinig aandacht aan de ververij besteed hebben. 15) Bij Herodotus 16) geschiedschrijver 500—524 v. Chr. en bij den geograaf Strabo vindt men slechts enkele aanwijzingen. Theophrastus van Eresos 372 v. Chr., een leerling van Aristoteles schrijft in zijn geschiedenis der planten — IV boek Hoofdstuk 6 — par. 5 over de Roccella tinctoria: de lakmoesplant als volgt:

„In Kreta groeit op de rotsen in de buurt van de kust in groote hoeveelheid en goed ontwikkeld het zeegras waarmede men niet alleen slechts linten maar ook wol en kleedingstoffen verft. Zoolang het verfbad versch is, is de kleur veel schooner dan het purper. Het zeegras komt aan de Noordkust goed ontwikkeld voor, evenals de zwam en dergelijke organismen. Plutarchus vermeldt in zijn levensbeschrijving van Alexander Cap. 36: „dat de Grieken in den schat van den koning van Perzië een groote hoeveelheid purperstof vonden, die ofschoon reeds 190 jaar oud toch nog geheel haar oorspronkelijke fraaiheid bezat.

Bij de Romeinen vinden we reeds een meer gedetailleerde kennis der verschillende verfstoffen. De romeinsche ververs gebruikten: aluin, ijzervitriool, kopervitriool, alkanna, brem, meekrap, weede, galnoten, granaatpitten en de vrucht eener Egyptische acacia.

Wat alkanna betreft onderscheidt men twee soorten:

1. afkomstig van Lawsonia inermis, een struik alleen in het Oosten inheemsch;

2. afkomstig van Anchusa tinctoria of alcanna tinctoria bekend als ververs-ossetong. Deze struik werd aangeplant in Zuid-Europa.

13 \

,!) Hans Rupe — Die Chemie der natürlichen Fnrhstnffo V

weg & Sohn — Braunschweig — 1900 — pag. 195.

14) Hans Rupe — l.c. — pag. 277.

A G Perkin and A. E. Everest — The natural organic colouring matters Longmans Green & Co. — London 1918 — paq. 95 reso. 617

15) P. Ruggli l.c. — pag. 271.

lfi) Herodotus I — 203 — VII 67.

Sluiten