Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

Verfstoffen voorkomende in T Bouck va Wondre»

1) indigo.

Over deze bij uitstek belangrijke verfstof bestaat een uitgebreide litteratuur die reeds in de oudste tijden begint. Het natuurproduct werd geleverd door twee soorten planten:

a) Isatis tinctoria; b) Indigofera tinctoria.

Zooals in Hoofdstuk I is vermeld, maakt de Leidsche Papyrus X melding van de Isatis tinctoria of weede (E.: wood. Fr. guède, D. Waid, It. guado). De daar aangegeven werkwijze, kneuzen van de plant (bladeren) en daarna kneden en omwoelen doen denken aan het fermentatieproces dat het glucoside indicaan moet splitsen in de suiker glucose en het a-glucon het indoxyl met de samenstelling

^NH

c6h4 ;ch \qoh)x

Deze stof is in matig zure oplossing betrekkelijk bestendig, maar gaat in zwak alkalisch milieu onder opname van zuurstof snel in indigoblauw over. De indigoblauw ververij berust dan ook sinds haar ontstaan voorzoover men dit kan nagaan op dit principe. Men gebruikte zwak alkalische verfbaden en trok verder partij van de oxydatie door de luchtzuurstof. Het glucoside splitsende enzyme de indimulsine is niet bestand tegen kookhitte. Door uittrekken met kokend water kan men het indicaan C14H1706N + 3HoO als gekristalliseerde stof smp. 57°—58° isoleeren.

Julius Caesar vermeldt de weede (vitrum) in zijn boek De Bello Gallico 1).

Plinius major2) spreekt in zijn Historia naturalis van een

*) „Omnes vero se Britanni vitro inficiunt, quod caeruleum efficit colorem, atque hoe horribiliore sunt in pugna adspectu. B. V. XIV.

2) Historia naturalis — XXII — 2 —— Glastum afgeleid van het Keltisch glas = blauw.

Sluiten