Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts een gele schijn. Boek en atlas waren, zooals ze daar slordig op den vloer lagen, geen dingen meer, waarover men mijmert, maar stille getuigen van luiheid en plichtsverzuim. Doch tante Palmyra was tante Palmyra, een vrouw van vel en beenderen.

Ze had een hoog voorhoofd en een langen hals. Ze droeg heur haar, — of eigenlijk het haar van een ander, — in een hoogen, kunstmatigen toer heel achter op het hoofd.

„Bernard," zei ze en ze zei het zoo, dat men meenen zou, dat een doodshoofd het woord nam, zoo krakend, zoo alleen-maar-strottenhoofd was die stem. „Bernard, wat doet een jonge jongen van je leeftijd in dien stoel bij het vuur? Wat doen die boeken op den grond? En waarom zit je hier in het donker? Heb ik je zoo opgevoed?"

„Nee, tante," zei Bernard. En hij keek naar het gitten halsbandje om haar tanigen hals. Hij keek naar de glinstering van haar valsche tanden en hij keek naar den punt van haar scherpen haviksneus.

Hij nam zijn boeken bij elkaar en ging.

Tante Palmyra zette zich in den zorgstoel bij het vuur en sliep zonder droomen.

Sluiten