Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuddend soort verpleegster, verdween hij al hompelend door de begeerde en gevreesde deur.

„Néém me niet kwalijk," mompelde mr. Van Horst.

„O, heelemaal niet," antwoordden de patiënten, die lachten ondanks hun kwalen.

Er waren al veel treinen naar Den Haag vertrokken en er restten hem nog slechts een boemeltrein en een heele late sneltrein, toen mr. Van Horst eindelijk aan de beurt kwam.

„Overspannen, zwaar overspannen," zei dr. Kluizenaars bij 't binnentreden van zijn gast.

En nu zou men inderdaad mr. Van Horst voor zwaar overspannen gehouden hebben, als men zijn bleeke, verbaasde gezicht gezien had.

Hij was verrast. Hij zag groote brilleglazen, blinkende tanden. Hij zag Wim Kluizenaars in de gedaante van een dokter van middelbaren leeftijd.

En toen hij over zijn al te stoutmoedigen leerling Wim begon te spreken, had hij het gevoel, of hij den dokter diens eigen daden zat te vertellen in de dwaze hoop, dat deze het wandaden vinden zou.

,,Ja," zei de dokter, „Uw verhaal is heel interessant en voor de diagnose van Uw geval van groote waarde.

U heeft een te drukken werkkring. — Die lezing

Sluiten