Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een jaar later eischte zijn vrouw het geld van het groentenwinkeltje op, dat het stichtingskapitaal van „Trentelaers Gecombineerde Confectiebedrijven" geworden was. Ze vroeg niet naar winst-aandeel of rente, gaf haar zoontje een zoentje en „ging onder in de groote stad".

Dit althans was de meening van hen, die in ,,de hoogere kringen" verkeerden. Men kon zich het lot van een niet-on-knappe, jonge vrouw, die met heel weinig geld naar een heel groote stad ging, moeilijk anders voorstellen.

Dat de groote Bernard Trentelaer van hartzeer stierf, geloofde wel niemand. Hij stierf wellicht uit verveling. Hij had alles bereikt, wat er te bereiken viel. Hij had de eentonigheid en gelijkvormigheid van het menschelijk bestaan tot de laatste nuance uitgebaat.

Zijn concern leverde wiegen en doodkisten, baby-uitzetten en begrafenis-pakken, breekijzers en gevangeniskleeding, lucifers en brandkasten, dames-, heeren- en kinderkleeding en ondergoederen en naalden om de scheuren te herstellen.

In Trentelaers wasscherijen bleken Trentelaers wasch-echte goederen net zoolang wasch-echt, als met een goede winst-marge en een goede reputatie vereenigbaar was. In Trentelaers warenhuizen kocht men Trentelaers goederen. En van Trente-

Sluiten