Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor haar broer, meneer Trentelaer, die in een serene rust op zijn schapen en zijn herdershonden paste?

We noemden haar een Lady Macbeth. En het ging hier inderdaad om een koningskroon.

Bernard, de zoon van den grooten Bernard, zou binnen afzienbaren tijd in de rechten van zijn overleden vader treden, zou heer over duizenden worden en eigenaar van millioenen. En haar arme broeder zou weêr tot het droeve inzicht geraken een anders schapen gehoed te hebben, al was er ditmaal wol genoeg voor hem afgevallen, zoodat hij er toch wel warmpjes in was komen te zitten.

Tante Palmyra, dit en nog meer overwegende, — een dom mensch, die zichzelf vergeet, — had haar zwarte, maar schitterende gedachten, — zóó glinsterden de gitten om haar al te slanken hals, — laten terugzweven naar den tijd, dat haar gestorven schoonzuster onderging in de groote stad, gelijk tenminste algemeen werd aangenomen. Haar broer was de eenige, die het ware ervan wist, doch hij zweeg, omdat dat zoo in zijn aard lag.

En tante Palmyra dacht zóó: als een schoonzus kan ondergaan in een groote stad, waarom dan ook niet een jonge neef? Een goed zoon, die naar zijn moeder aardt. Doch één ding wist ze zeker, dat de neef van een karige tante geen groote en dus ook

Sluiten