Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen werd Bernard even wakker en dacht, dat hij op den verkeerden kant lag, draaide zich om en droomde verder.

Het eerste, dat hij zag, was mr. Van Horst, die een pijp rookte. Er kwamen zoete geuren uit. Zoo ruikt Engelsche tabak. Het was in de klas. En alle leerlingen vielen in slaap, behalve Wim Kluizenaars, die iets zei, waarop allen met een luid geronk antwoordden.

,,De auto staat voor," zei mr. Van Horst tegen Wim Kluizenaars. „Zie je nu wel, dat ik gelijk heb. Voor iedereen een auto, voor de anderen de tram en voor de rest een paar goedkoope schoenen."

En toen zag hij den hoofdredacteur en diens zoon. Hij hoorde een gil en dacht, dat er iemand verdronk, doch het was maar een journalist zonder werk. En zijn oom knikte en de hoofdredacteur knikte. En de zoon, die onder de tafel zat, zei:

„Dank u, Pa, ik zit hier goed. Wat zal Ma blij zijn."

En dr. Kluizenaars kwam en vroeg:

„Heeft u me geroepen?"

En een stem riep door het open raam:

„Laat maar, Vader. Er is geen kruid voor gewassen. Die kerels zijn niet te helpen."

En Bernard kon hooren, dat die stem een grooten bril op had en aan vriend Willem toebehoorde.

Sluiten