Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterren in een hemel, die halverwege beschenen werd door het vuil bleeke schijnsel der stad.

En als Bernard nu een kruis gemaakt en een Weesgegroetje gebeden had, zou hij weer rustig ingeslapen zijn. Hij ging echter op zijn verkeerde zij liggen, sliep wel in, maar droomde weêr onrustig voort.

De homo economicus stond, met een hoogen hoed in de hand, aan zijn eigen graf. Bernard hoorde hem een ontroerde rede over zijn eigen voortreffelijkheden houden. En de doodgraver, die achter een boompje een dutje gedaan had, werd wakker om een traan te schreien. Doch ineens hield de homo economicus, wiens breede gezicht nu een beetje smaller was, met spreken op en zei:

„u moet het me niet kwalijk nemen, en het is niet uit gebrek aan eerbied voor den geëerden en diep betreurden doode, maar ik moet even weg, want ik heb mezelf in het testament vergeten." En de doodgraver zei akelig hardop:

„Even tijd voor een Caravellis".

En toen dutte hij weer in achter zijn boompje, en allen, die gedacht hadden, te zullen erven, sprongen in het open graf. Alleen de persfotografen bleven aan den rand staan kieken, tot er een meneer met een krans van lange haren rond zijn boordje aan kwam en zei, dat het schande was met een anders

Sluiten