Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den killen dag en vond, dat het leven een last was.

Om elf uur zaten een rood-neuzige, suf starende oom en een neef, die zich eigenlijk heel weinig op zijn gemak voelde, in lage stoelen, waar men maar moeilijk uit overeind kan komen, in de ,,studeerkamer" van den eerste.

,,Je bent nu oud en wijs genoeg," zei Oom Trentelaer en zei daarover voorloopig verder niets meer.

,,Alles moet anders worden," mompelde Bernard en trok hard aan een pikzwarte sigaar, zooals Amerikanen die in films rooken.

„Stumper," bromde oom bij zichzelf en keek voor de derde maal in één minuut op zijn horloge.

„Het is al laat," zei hij toen en zei daarop weer niets.

„Ach," zei Bernard, „we hebben den tijd".

En het was toen weer heel lang stil, totdat Oom Trentelaer droogjes opmerkte:

„Dat zal dan ook alles wezen, wat we hebben."

Er tikte een klok. Er tikten twee horloges. En Bernards keurige linker schoen tikte op den vloer.

Rechts beneden, waar de keuken was, zong een stem iets over bronsgroen eikenhout. En in de verte was er een radio, die kookles gaf.

Ineens stond Oom op. Zijn stoel maakte een ver-

Sluiten