Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoelen, kon onmogelijk binnen de leenrechtelijke vormen leven en zoekt zich nieuwe : de stad. Daarmede begon een proces, dat de Europeesche maatschappij steeds verder van de antieke verwijderen moest, en haar dientengevolge dwong, eigen wegen te zoeken. In de oudheid is de stad uit het land voortgekomen en altijd innig daarmee verbonden gebleven. De Europeesche stad der Middeleeuwen is in oppositie tegen de orde van het platteland ontstaan. Daarom is de laatste altijd nieuw, ook al is ze de locale voortzetting eener antieke stedelijke nederzetting.

Er waren namelijk twee soorten steden : de oudere, natuurlijk op belangrijke punten gelegen, waren de aangewezen zetels voor de bisschoppen geweest, en werden dan ook gewoonlijk door hen als graven bestuurd. De nieuwere ontstonden wel op feodalen grond, maar als produkt van de economische behoeften van dien tijd, op zoo goed als onbewoond terrein. In de bisschopssteden verviel de bevolking aanvankelijk in twee duidelijk te onderscheiden elementen : de hoorigen en vazallen van den bisschop, en de nieuwe kolonisten, die vrij of althans praktisch vrij waren. Nooit onderbroken was sedert de oudheid de koopmanschappelijke traditie. In groepen waren ze rondgetrokken, eeuw in eeuw uit. En altijd stonden ze, vreemd waar ze ook kwamen, onder de onmiddellijke bescherming van den vorst, wiens inkomsten ze met hun tolbetalen en muntverbruik vergrootten. Het sprak dus van zelf dat de nieuwe kooplieden-nederzettingen onmiddellijk onder grafelijke berechtingstonden, en niet onder het markgericht. Dat was trouwens geheel in den geest der Middeleeuwen. Exemptie noemde men zulk een vrijstaan tegenover de plaatselijke autoriteit, immuniteit als het vrijstelling van lasten beteekende. Geëximeerd waren weldra alle eenigermate belangrijke geestelijke middelpunten, hetgeen den kerkelijken aanspraken op eigen berechting in eigen kring zeer ten goede is gekomen. Niets werd dus door de meer ouderwetsche tijdge-

Sluiten