Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het zelfde jaar ondernam graaf Willem IV van Holland een expeditie tegen de Friezen, waarbij zijn vloot door storm verstrooid werd en hij zelf sneuvelde. Het Rijks Museum bewaart een schilderstuk, gewijd aan de zielen van vier ridders, met hem omgekomen. (1)

De geheele Vlaamsche beweging draagt het karakter van ongebreideld egoïsme en gemis aan inzicht in de oorzaken der sociale moeilijkheden. Drie jaar na Jacob's dood vinden wij het land in opstand tegen de tyrannie der wevers. In 1349 wordt hun bolwerk, Gent, ingenomen. De verwoestingen van den Zwarten dood, die Europa ontvolkte, wierpen ten slotte een floers over alles.

Niet zoo hevig als in het grootindustrieele Vlaanderen was de strijd in Holland, maar hij ontbrak geenszins. De erfgename van den gesneuvelden graaf was zijn oudste zuster Margaretha, keizerin van Duitschland, doch weldra weduwe. En nu blijken op eens de steden een wil te hebben : ze dwingen haar, haar zoon Willem (V) de grafelijkheid in te ruimen. Natuurlijk wordt daarbij de welgevulde beurs getrokken en het feodale recht gekocht en betaald. Maar binnen de steden is geen vrede. Dat blijkt uit den feilen strijd, hier tusschen Kabeljauwen en Hoeken, elders onder andere namen gevoerd. De meeste steden en de helft der edelen

— er bestonden reeds lang twee cliques onder hen — waren Kabeljauwsch; de overige edelen, en misschien de volkspartijen der steden, Hoeksch. De ongewone vinnigheid der worsteling

— Naarden werd door de Hoeken in asch gelegd — wijst althans op haar sociaal karakter.

Vermelden wij even, als bewijs van Utrecht's activiteit, dat in 1373 de Vaartsche Rijn (Vreeswijk-Utrecht) gegraven werd, ondanks het gewelddadig protest van de stroomafwaarts wonenden, die zich in hun belangen bedreigd voelden.

(1) Reproductie in J. W. Steenhoff's Nederl. Schilderkunst in het Rijksmuseum I, afb. 1; Mij voor Goede en Goedkoope Lectuur, Amsterdam.

Sluiten