Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaarde valt onder art. 350 Strafrecht, zoodat dit artikel terecht op den req. is toegepast, en niet art, 424, hetwelk strafbaar stelt handelingen zonder een op beschadiging gericht opzet;

O. dat dus het middel van cassatie is ongegrond;

Verwerpt het beroep.

W. 7461.

2 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 29 Juli 1907. Opzet.

Het opzet is op een bepaald bestanddeel van het strafbare feit gericht, indien gehandeld wordt in de onderstelling, dat dit bestanddeel aanwezig is; wetenschap van de aanwezigheid is niet noodig.

G. E. de V., huisvrouw van C. F. v. d. M., is requirante van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 Mei 1907, waarbij ingevolge van het arrest van den Hoogen Raad der Nederlanden van 11 Maart 1907 — in hooger beroep, met vernietiging van het vonnis van de Arrond.-Rechtbank te 's-Gravenhage van 11 October 1906 voor zooveel betreft het als bewezen aangenomene dat requirante, toen zij de op van D. als bewezen aangenomen handelingen pleegde, wist dat de vrucht waarvan deze vrouw zwanger was leefde, waaromtrent het Gerechtshof eene vrijspraak gaf en tevens met vernietiging van het vonnis voor zooveel de requirante daarbij werd veroordeeld tot gevangenisstraf voor den tijd van drie jaren, — overigens dat vonnis is bevestigd, bij hetwelk de requirante is verklaard schuldig aan: „het opzettelijk de afdrijving der vrucht van eene vrouw met hare toestemming veroorzaken", zijnde bij 's Hofs arrest de requirante met toepassing van de art. 27 en 297 Strafr. veroordeeld.

De adv.-gen. Noyon heeft de volgende conclusie genomen: Edele Hoog Achtbare Heerenl

Het is ifcjurisprudentie en doctrine langzamerhand gewoonte geworden het vereischte van opzet gericht op die elementen van het strafbare feit waarop het volgens de wettelijke omschrijving gericht moet zijn, te identificeeren met de wetenschap omtrent het bestaan van dat element. Van de zijde der verdediging in de onderhavige zaak is dit spraakgebruik tot eene strafrechtsleer verheven, welker concrete toepassing medebrengt dat de requirante, om schuldig verklaard te kunnen worden aan opzettelijk afdrijven van de vrucht eener vrouw, voor welk misdrijf vereischt is dat