Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vernietigt het vonnis van de Arrond.-Rechtbank te Amsterdam op 9 Nov. 1915 in deze zaak gewezen, doch alleen ten aanzien van de qualificatie;

Recht doende krachtens art. 105 R. O.:

Qualificeert het feit als: „het te Amsterdam melk afleveren onder de benaming volle melk, indien daaraan iets is toegevoegd"; Verwerpt overigens het beroep.

W. 9958, Ned. Jur. 1916, bl. 681.

7 HOOG MILITAIR GERECHTSHOF.

Sententie van 8 Februari 1921. Schuld.

Nu omtrent de leer van het oorzakelijk verband eene bepaalde uitspraak door den wetgever in het Wetboek van Strafrecht niet is gegeven, neemt het Hof bij de beantwoording van de vraag omtrent causaal verband tot richtsnoer de beginselen, in het Burgerlijk Wetboek daaromtrent te vinden.

Het is niet bewezen dat het ingetreden gevolg is veroorzaakt door de nalatigheid van den beklaagde, nu twijfel is blijven bestaan, of het niet moet worden toegeschreven aan eene latere bewuste handeling van een anderen persoen.

A. A. B., tweede luitenant bij het 4de Regiment Infanterie, advocaat Mr. P. M. Trapman,

tegen

den Advocaat-Fiscaal voor de Zee- en Landmacht. Het Hof;

Overwegende, dat appellant voor den Krijgsraad in het eerste Militaire Arrondissement, hoofdplaats 's-Gravenhage, heeft terechtgestaan ter zake dat het aan zijn — appellant's — schuld te wijten is, dat te 's-Gravenhage op of omstreeks 19 Mei 1920 de losse werkman J. W. B., wonende te Voorburg (Z.-H.), en de timmerman F. W. W., wonende te 's-Gravenhage, zwaar lichamelijk letsel hebben bekomen, althans zoodanig letsel, dat daaruit min of meer langdurige verhindering in de uitoefening van hunne beroepsbezigheden is ontstaan, door tevoren, toen appellant nog als militair was verbonden aan een handgranatenschool te Waalsdorp en zijne kamers had in een perceel enz. te 's-Gravenhage, onder andere onderdeden van handgranaten, ook een of meer slagkwikpijpen naar zijne