Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonachtig was en dat het voorgedragen cassatiemiddel tegen deze beslissing is gericht;

dat toch de beweerde schending van art. 5 no. 2 Strafrecht uitgaat j van de stelling, dat de bewezen verklaarde feiten zouden uitmaken oplichtingen begaan in Frankrijk, omdat, ofschoon de handelingen waar-/ door de req. en zijn mede-bekl. meergenoemde firma's tot het afzenden van goederen hebben bewogen zijn verricht te Amsterdam, de afzending en daardoor afgifte van het goed heeft plaats gehad in Frankrijk, zoodaï in dit land die handelingen hare uitwerking gehad hebben;

O. dienaangaande, dat al is volgens art. 326 Strafrecht voor de strafbaarheid van oplichting noodig, dat afgifte van goederen is gevolgd op de ten laste van req. en zijnen mede-bekl. bewezen verklaarde handelingen, ondernomen om de Fransche afzenders tot die afgifte te bewegen, het gebleken zijn van dat gevolg slechts vereischt werd voor het onderzoek cïSawanneer een misdrijf van oplichting is voltooid; dat evenwel de beslissing van die vraag niet samenvalt met de'hier te beslissen vraag, waar dat bewezen verklaardjjnjsdrijf begaan is en deze vraag hare beslissing niet vindt in de elementen van beslissing omtrent het bestaan der oplichting;

■ O. dat^de^pjaate des misdriifs ook niet bepaald wordt door de plaats, alwaar het gevolg van des daders handelingen zich openbaart, maar door de plaats alwaar datgene, hetwelk zijnerzijds tot het plegen van een misdrijf vereischt wordt, door hem persoonTujTis volvoerd; ' dat deze opvatting ook die is van het Nederlandsche Wetboek van Strafrecht en steun vindt in zijne geschiedenis, blijkens een bij de schriftelijke gedachtenwisseling over art. 2 door de regeering op het verslag der Tweede Kamer gegeven en toen niet bestreden antwoord;

O. dat alzoo, nu feitelijk vaststaat, dat al de handelingen van req. en Zijnen mede-bekl. hebben plaats gehad te Amsterdam, de bovenvermelde door Rechtbank en Hof gegeven rechtsbeslissing is juist en het daartegen gerichte cassatiemiddel dus ongegrond;

Verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, voorzoover het is gericht tegen de in 'sHofs arrest opgesloten vrijspraak;

Verwerpt overigens dat beroep.

W. 7347.

15 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 6 April 1915.

Art. 2 W. v. Str.

Men kan, in het buitenland zich bevindende, hier te lande een misdrijf plegen.

4