Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hechtenis zal worden ondergaan, bijaldien de veroordeelde zelf de hem opgelegde boete niet zal hebben voldaan, en derhalve de Rechtbank door deze veroordeeling uit te spreken, art. 23 Strafr. verkeerd heeft toegepast;

Vernietigt het vonnis door de Arrond.-Rechtbank te Amsterdam den 13 Oct. 1905 tegen den requirant in hooger beroep gewezen, doch alleen voor zoover bovenbedoelde bepaling betreft;

Voor zoover opnieuw recht doende ten principale krachtens art. 105 R. O.:

Gezien de artt. 454 en 23 Strafr.;

Bepaalt bijaldien de boete niet wordt voldaan binnen twee maanden na den dag waarop het vonnis kan worden ten uitvoer gelegd, den duur der vervangende hechtenis op 5 dagen;

Verwerpt overigens het beroep.

W. 8345.

20 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 17 Mei 1920.

Art. 33 W. v. Str.

Als voorwerpen door middel van misdrijf verkregen, kunnen alleen worden aangemerkt voorwerpen onmiddellijk door het plegen van het misdrijf verworven. Daaronder valt met de geldelijke opbrengst van ten eigen bate verkochte door diefstal verkregen goederen.

E. van der V., is requirante van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 18 Febr. 1920, waarbij in hooger beroep werd bevestigd een vonnis der Arrond.-Rechtbank te Rotterdam, van 11 Nov. 1919, bij hetwelk de requirante werd schuldig verklaard aan: „het voortgezet misdrijf van diefstal", en, met toepassing van de artt. 310, 56 en 33 Strafr., werd veroordeeld tot gevangenisstraf van vijf maanden, met verbeurdverklaring van het in beslag genomen geld ten bedrage van ƒ 10.204.

De Hooge Raad, enz.;

Overwegende, dat bij het door het bestreden arrest bevestigd vonnis met qualificatie en strafoplegging als voormeld, wettig en overtuigend bewezen is verklaard, alsmede requirante's schuld daaraan, dat zij op verschillende tijdstippen in 1918, te Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aantal bonboekjes,