Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vestigen het vonnis der Rechtbank, schoon niet behoorlijk met redenen omkleed ten aanzien van de beslissing omtrent de oorzaak der nietvoltooiing van het misdrijf."

In het bevestigde vonnis berust de bewezenverklaring op de aanwijzingen, voortvloeiende uit den inhoud van een proces-verbaal en uit eene getuigenverklaring, o. a. inhoudende de betrapping, dat aanroepen en het schieten, alsmede dat daarop de geleider (d. i. beklaagde) het paard losliet en over de grens vluchtte en dat het paard zich omdraaide en terugliep, doch door verbalisant getuige werd opgevangen. — Bij pleidooi nu werd het middel aldus toegelicht, dat door een en ander de bewezenverklaring niet behoorlijk met redenen was omkleed, niet omdat de genoemde aanwijzingen niet zouden kunnen dienen om de bewezen verklaarde omstandigheden, welke de voltooiing van het misdrijf zouden hebben verhinderd, te staven, doch omdat deze omstandigheden niet tot gevolg konden hebben, dat de uitvoering van het misdrijf niet werd voltooid.

De gedachtengang in het vonnis is echter blijkbaar deze geweest, dat door de genoemde omstandigheden de beklaagde is genoopt het paard los te laten en over de grens te vluchten, en dat wederom hierdoor het paard in de gelegenheid is gekomen terug te loopen en den verbalisant in handen te vallen. Doch in dit geval zou naar pleiters meening beklaagde's wil bij de niet-voltooiing der uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf een rol hebben gespeeld en deze dus niet het gevolg zijn geweest van omstandigheden van diens wil onafhankelijk. Een van des daders wil onafhankelijke verhinderende omstandigheid zou alleen dan aanwezig zijn, wanneer de voltooiing der uitvoering daardoor physiek onmogelijk gemaakt werd.

Deze opvatting schijnt mij onjuist toe. Wanneer de omstandigheden met dwingende kracht op des daders wil inwerken en hem b.v. als in het onderwerpelijk geval een overhaaste vlucht doen nemen, is het niet deze wil, welke de voltooiing der uitvoering verhindert, doch behoort men, zonder in gezochte ontledingen te vervallen, deze omstandigheden zelve te beschouwen als de verhinderende oorzaken. Een onvrije wil, en reflexbeweging komt in het strafrecht niet in aanmerking, evenmin om strafbaarheid als om straffeloosheid te bepalen. Slechts met den vrijen wil — in de dagelijksche beteekenis dezer wellicht van wijsgeerig standpunt gezien onjuiste uitdrukking — wordt rekening gehouden.

Het geval, waarin de omstandigheden met dwingende kracht op des daders wil inwerken en daardoor de voltooiing der uitvoering van het voorgenomen misdrijf verhinderen, verschilt dan ook aanmerkelijk van het bij pleidooi in één adem daarmede genoemde, waarin de dader tot het afzien van die voltooiing wordt bewogen door bij hem opgekomen medelijden met zijn slachtoffer of door in hem opgewekte betere gevoelens. Want daarbij wordt de dader door eene vrije keuze geleid tot het