Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet langer wenschen van het resultaat van het door hem voorgenomen misdrijf.

In het onderwerpelijke geval heeft de Rechtbank bij haar in hooger beroep bevestigd vonnis, hoewel zij dit niet uitdrukkelijk overweegt, blijkbaar feitelijk aangenomen, dat de bewezen verklaarde omstandigheden met dwingende kracht op des beklaagden wil hebben ingewerkt, waardoor hij zijn voornemen moest laten varen. In hoeverre deze opvatting juist was, kan in cassatie niet worden beoordeeld.

Ik concludeer tot verwerping van het beroep.

De Hooge Raad, enz.;

Gehoord het verslag van den Raadsheer Jhr. Feith;

Gelet op het middel van cassatie namens den requirant voorgesteld bij pleidooi: (zie concl. adv.-gen.);

O., dat bij het in hooger beroep bevestigde vonnis der Rechtbank met qualificatie en strafoplegging zooals aan het hoofd van dit arrest is vermeld ten laste van den requirant is bewezen verklaard dat hij in den avond van 26 Februari 1915 terwijl er. toen oorlogsgevaar bestond, in de gemeente Groesbeek gepoogd heeft een paard naar Duitschland uit te voeren door met dat doel dat paard aldaar in de richting naar Duitschland te vervoeren, zijnde de uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf alleen tengevolge van de van zijn wil onafhankelijke omstandigheid, dat hij nog op Nederlandsch gebied met dat paard door een soldaat der grenswacht werd betrapt en aangeroepen om halt te houden en door dien soldaat een schot werd gelost, niet voltooid;

dat blijkens voornoemd vonnis dit bewijs onder meer is geleverd door de aanwijzingen, voortvloeiende uit de verklaring, opgenomen in een proces-verbaal van den onbezoldigden rijksveldwachter J. Willemsen:

dat hij op tijd en plaats voormeld zag, dat iemand een paard leidde in de richting van de ongeveer 12 Meter verwijderde Duitsche grens, dat hij dien persoon eenige keeren heeft aangeroepen om halt te houden, maar dat die persoon met het paard in draf bleef doorloopen, dat verbalisant toen een schot heeft gelost, waarop de geleider van het paard dit losliet en over de grens vluchtte, dat het paard zich omdraaide en terugliep, waarop verbalisant het paard is nageloopen en het heeft opgevangen, — en uit de verklaring, door genoemden verbalisant als getuige afgelegd:

dat requirant de man was, die het paard geleidde en over de grens vluchtte;

O., dat het hiertegen gerichte middel van cassatie in dier voege is toegelicht dat uit de voormelde bewijsmiddelen blijkt dat ten onrechte is aangenomen, vooreerst:

dat requirants misdrijf alleen tengevolge eener van zijn wil onafhan-