Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seinhuiswachter dienst deed, toestemming te geven tot het op veilig stellen van het afstandsein D, ten einde gemelden trein over spoor I naar Almelo te doen doorrijden, aan genoemden K. opdracht gegeven om het zegel van het blok „aankomst op spoor I" te verbreken en daarvan het aankomstvenster wit te maken door den sector met de band te bewegen, zonder van te voren zich er van te hebben overtuigd, dat de sleutels van de claussloten op de wissels 13 en 14 in het daarvoor bestemde | sleutelkastje aangebracht waren, en zonder in ieder geval zich er van te I hebben overtuigd dat de wissels op spoor I zich in normalen stand beI vonden, — welke hoogst onvoorzichtige handelwijze en nalatigheden | en alzoo hunne schuld het gevolg hebben gehad, dat gemelde trein 4860, i voortrijdende over spoor I, over de wissels 13 en 14 op het doode spoor K is overgegaan, tegen zich op dat spoor bevindende spoorwagens is ge-

I botst en vervolgens is gereden tegen de zich aan het einde van dat doode

II spoor bevindende steenen koplading en de locomotief en eenige wagens K zijn ontspoord en op en over elkander zijn geschoven, waardoor voor het | personeel van de locomotief en van dien goederentrein gevaar is ontI j staan, welk een en ander ten gevolge heeft gehad, dat de remmer G. J. Q., Ij die op een der goederenwagens van dien trein als remmer dienst deed

en in een remkast op dien wagen zich bevond, zoodanig tusschen die goederenwagens en den daaraan voorafgaanden wagen is bekneld geraakt, | dat hij ten gevolge van verstikking kort daarna is overleden;

dat dit feit is gequalificeerd en de requirant deswege tot straf is veroordeeld, gelijk hiervoren is vermeld;

O. ten aanzien van het tweede middel:

dat het Hof naar aanleiding van de verdediging, namens den eersten beklaagde gevoerd, als zou het niet aan de schuld van dien beklaagde |j zijn te wijten, dat gevaar voor den passeerenden goederentrein is ontstaan, | j daar het door hem gepleegde verzuim slechts ten gevolge kon hebben' | dat het afstandssignaal op onveilig bleef, en dit verzuim op zich zelf |i dus nimmer een botsing kon veroorzaken, heeft overwogen: dat ook de || eerste beklaagde door zijne schuld heeft medegewerkt tot het doen ontstaan van bedoeld gevaar; dat toch dit gevaar en de botsing zijn veroorzaakt door de samenwerking van twee grove verzuimen of onvoorI zichtigheden, door beide beklaagden gepleegd; dat weliswaar elk verzuim op zich zelf en alleen gepleegd, nog niet het ongeluk zou hebben Ij veroorzaakt, maar juist de samenwerking of opeenvolging daarvan;

dat in zoodanige gevallen beide daders voor de gevolgen van hunne ! schuld aansprakelijk zijn, omdat juist door hen te zamen het ongeluk is veroorzaakt, en dat het er in zoodanig geval niet toe doet, dat één meer I direct en de ander meer indirect de oorzaak van het ongeluk is geweest; I dat, waar alzoo feitelijk is uitgemaakt, dat meerbedoeld gevaar voor I het verkeer door stoomvermogen over een spoorweg is ontstaan door de samenwerking der door beide beklaagden begane grove nalatigheden