Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 16 December 1912.

Art. 55 W. v. Str.

De verhouding van bijzondere tot algemeene strafbepaling bestaat, wanneer in de eerste al de kenmerken der tweede en nog een of meer kenmerken worden aangetroffen.

F. T. is requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch van 9 Juli 1912, waarbij in hooger beroep is vernietigd het vonnis door de Arrond.-Rechtbank te Breda op 21 Maart 1912 in deze zaak gewezen, doch alleen voor zoover daarbij de Rijksadvocaat is verklaard niet-ontvankelijk in zijne vordering en de Rechtbank zich met verwijzing naar den bevoegden rechter, onbevoegd verklaard heeft kennis te nemen van de zaak tegen den requirant wegens het in de inleidende dagvaarding sub 1 aan hem ten laste gelegde feit, en deze zaak in zooverre is verwezen naar dezelfde Rechtbank, ten einde op de bestaande dagvaarding, voor zoover het daarbij sub 1 aan den requirant ten laste gelegde betreft, de hoofdzaak te berechten en af te doen.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op het middel van cassatie, namens den requirant voorgesteld bij memorie, luidende:

Schending door verkeerde toepassing van art. 55 al. 1 Strafr., en schending door niet-toepassing van art. 35 al. 2 Strafr.;

Overwegende, dat aan den requirant, voor zoover alleen aan *s Hoogen Raads oordeel is onderworpen, bij de inleidende dagvaarding is ten laste gele'gd:

dat hij op 29 Oct. 1911 des voormiddags ongeveer 9 uur onder de gemeente Putte, van uit België naar Nederland, buiten route of heerbaan, nabij grenspaal 257 heeft ingevoerd ongedekt door document, op eene groene Brabantsche kar ongeveer 25 kleine varkens, zijnde ten invoer verboden goederen;

dat de Rechtbank ten aanzien van die telastelegging heeft overwogen, dat zij valt onder de verbodsbepaling van art. 38 der Alg. Wet van 26 Aug. 1822 (S. 38) verbiedende alle invoer te lande anders dan langs de aangewezen route of heerbaan en strafbaar gesteld, voor wat betreft goederen bij het tarief ontheven van inkomende rechten, onder welke goederen ook varkens vallen, bij art. 143 van gezegde Alg. Wet met eene geldboete van f 0.50 tot f 25;

dat die telastelegging echter tevens valt onder de verbodsbepaling