Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den met stroo bedekten zak gestikt is, gelijk ook, dat het tweede kind niet ingevolge meergemeld dichtdrukken overleden is, maar eerst daarna toen bekl. het eenigen tijd onder het onderbed had laten liggen, beroepende de raadsman zich hierbij op het deskundig oordeel van getuige Hulst, die verklaard heeft, dat de indrukken door hem op en bij de keel der beide kinderen waargenomen, niet wezen op grof geweld, en dat bij naast de mogelijkheid, dat de door bekl. gepleegde wurgingshandelingen direct den dood hebben veroorzaakt, het toch geenszins uitgesloten acht, dat de kinderen zijn overleden door verstikking onder zachte voorwerpen, gelijk b.v. in een zak met stroo of onder een onderbed;

O. dat de Rechtbank op dat door den deskundige geuite oordeel niets wenscht af te dingen, doch zulks haars inziens de strafbaarheid van bekl. volgens deze dagvaarding niet uitsluit, Zelfs al mocht — gelijk niet het geval is — zijn komen vast te staan, dat de kinderen eerst in den zak —, resp. onder het onderbed —overleden zijn;

dat immers, waar — gelijk bekl. toegeeft — de kinderen dadelijk na hare wurgingshandelingen zoo stil en bewegingloos waren geworden, dat bekl. ze voor dood hield, moet worden aangenomen, dat, zoo de dood niet reeds tijdens die handelingen is ingetreden, hunnel evenskracht door deze handelingen dusdanig is verminderd, dat zij, zoo al niet onmiddellijk, dan toch even later moesten te gronde gaan, tenzij bekl. bijzondere maatregelen nam, om het doodelijk gevolg te verhinderen, welke maatregelen zij zeker niet heeft aangewend, noch ook heeft willen aanwenden;

dat aldus beschouwd, voormelde wurgingshandelingen ook in dit laatste geval oorzaak van den dood der kinderen zijn geweest en het niet noodig — ja eigenlijk zelfs niet mogelijk is — daarnaast nog alle verdere medewerkende oorzaken in de dagvaarding op te sommen, zijnde het integendeel voldoende de ééne oorzaak te stellen en te bewijzen, die reeds alleen het strafbaar gevolg kan hebben veroorzaakt, mits daarnaast niets gebleken zij van in tegengestelden zin werkende invloeden.

Ned. Jur. 1925, blz. 891.

ART. 297 W. v. STR. Zie H. R. 29 Juli 1907, No. 2.

ART. 300 W. v. STR. Zie H. R. 7 Mei 1888, No. 56.