Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merk. Deze afzonderlijke strafbaarstellingen waren noodig, omdat de daardoor beschermde rechten niet zijn stoffelijke voorwerpen, en men daarbij van een eigenaar en van eigendom in den juisten zin dezer woorden niet kan spreken.

Nog veel minder dan ten opzichte van rechten kan men van eigendom, toeëigenen en wegnemen in eigenlijken zin spreken, waar het electrische energie geldt. Die energie toch, dat arbeidsvermogen, is niet meer dan het gevolg eener eigenschap van een stoffelijk voorwerp, evenals de warmte, die het uitstraalt, het licht, dat het geeft, de kracht, die aan zijn uitzettingsvermogen wordt ontleend en dergelijke. Toegegeven zij, dat het verleidelijk is, dergelijke vermogens en vooral de electrische energie met stoffelijke voorwerpen op één lijn te stellen, omdat zij evenals deze kunnen worden „verzameld" (geaccumuleerd), „gemeten", „verkocht", „geleid", „geleverd", althans volgens het spraakgebruik. Doch dit alles is niet meer dan beeldspraak, welke, hoe treffend zij ook wezen moge, niet mag worden aangezien voor de werkelijkheid, waarmede het strafrecht alleen te maken heeft.

Tot welke ongerijmdheden men anders komt, leert het vonnis van een Italiaanschen rechter, die als diefstal van het goed „de genetische energie" de handeling strafte van den herder, die zijn geiten heimelijk had laten bespringen door eens anders bokken (aangehaald op blz. 69 van het proefschrift van C. F. Katz „Het onrechtmatig gebruik der electrische energie en de wettelijke maatregelen daartegen", Amsterdam 1912). Op dien weg voortgaande zou men de strafwetgeving belangrijk kunnen vereenvoudigen. Zoo zouden wederrechtelijke vrijheidsberooving en huisvredebreuk voortaan kunnen worden beschouwd als vernieling of beschadiging van het recht op vrijheid van beweging en op zeggenschap in eigen woning enz. Of om bij het arbeidsvermogen te blijven, geheel in de lijn ook van het bestreden arrest zou als schuldig aan diefstal van paardekracht moeten worden gestraft de knaap, die achter op een bespannen rijtuig klimt en heimelijk mederijdt, en als schuldigaan diefstal van stoomkracht hij die zich (opzettelijk) zonder geldig plaatsbewijs in den spoortrein bevindt. Toch zijn die feiten onderscheidenlijk bij menige politieverordening en bij het Algemeen Reglement Vervoer 1901 strafbaar gesteld.

Wanneer de electrische energie niet een stoffelijk goed is, kan, gelijk ik reeds terloops opmerkte, ook van wegneming daarvan in eigenlijken zin geen sprake zijn. Naast het eerste is dus ook het tweede onderdeel van dit middel gegrond. Wat in het bevestigde vonnis wegneming genoemd wordt, is niets anders dan een wederrechtelijk gebruik van den geheelen electrischen toestel, zich uitstrekkende van de centrale tot in beklaagdes woning.

Voor zooveel noodig voeg ik hieraan echter toe, dat ik mij niet kan vereenigen met het betoog bij pleidooi, dat wat beklaagde gedaan heeft