Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich te nemen, hem daartoe tevens het recht gaf, doch slechts onder bepaalde voorwaarden het tot zich nemen van die energie in strijd met die voorwaarden dus oplevert wederrechtelijke toeëigening;

dat mitsdien ook dit middel is ongegrond;

Verwerpt het beroep.

W. 10728.

82 HOOGE RAAD DER NEDERLANDEN.

Zitting van 24 October 1892.

Art. 321 W. v. Str.

Hij, die coupons ter verzilvering heeft ontvangen, den daarvoor gemaakten prijs in eigen kas stort en niet op den bepaalden tijd aan zijn lastgever verantwoordt, maakt zich niet schuldig aan verduistering.

F. H. V. is req. van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 April 1892 waarbij in hooger beroep is bekrachtigd het vonnis der Arrond.-Rechtbank te Amsterdam van 10 Maart 1892, bij hetwelk hij, met toepassing van de artt. 321 Strafrecht, 214 en 215 Strafvord. is schuldig verklaard aan verduistering en te dier zake veroordeeld.

De Hooge Raad, enz.;

Gelet op de middelen van cassatie, door den req. voorgesteld bij memorie luidende:

I. Verkeerde toepassing van art. 321 Strafrecht;

Overwegende, dat de req. heeft terechtgestaan ter zake dat hij te Amsterdam omstreeks het begin der maand Juli 1891, een aantal coupons, als: 5 Denver Rio Grande Spoorwegmaatschappij, 2 Missouri Kansas Texas Maatschappij, 2 Chicago Erie Spoorwegmaatschappij, 1 Union Pacific Spoorwegmaatschappij, 1 der 2e Russische leerling van 1860, 2 Boden Credit-anstalt en 10 stad Brussel-leening, welke hij op 29 Juni 1891 had ontvangen van P. F. A. L., aan wien die coupons toebehoorden, om die te verzilveren, en om binnen enkele dagen de opbrengst aan dezen uit te keeren, verzilverd hebbende, zich de opbrengst dier coupons ad omstreeks ƒ 500, aan L. voornoemd, althans aan een ander dan aan hem bid. toebehoorende, welke hij in voege voorschreven onder zich had, opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend, door in plaats van dat geld aan L. af te dragen, het ten eigen bate aan te wenden en te verteren;