Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gouden twintig dollar-stuken twee gouden tien dollar-stukken, welk een en ander hem niet toebehoorde; dat hij dadelijk bij de wegneming daarvan de bedoeling had dat accept, waarop bij geen recht had, voor zich te behouden;.... dat hij vervolgens in het café Moderne, aan het Leidscheplein, een glas bier gedronken heeft, en teruggekomen in zijn kantoor, de voorschreven portefeuille, welke hij met de andere voormelde goederen inmiddels daarheen had gebracht, heeft bezichtigd en daarin zes bankbiljetten, ieder van ƒ 1000.— enz. heeft aangetroffen;.... dat hij eenige maanden later het Nederlandsche geld ten eigen bate heeft uitgegeven, het vreemde geld gewisseld en het daarvoor verkregen geld verteerd, de portefeuille, de papieren en het accept verbrand, het dolkmes in het water geworpen en het horloge beleend; dat hij eenige jaren later het kettingringetje heeft beleend;"

b. (voor den Rechter-Commissaris) „Toen kreeg de duivel mij te pakken en heb ik Busch langs de trap naar beneden gedragen naar den kelder beneden de gang waar wij geworsteld hadden; ik ben toen naar buiten gegaan en heb een glas bier gedronken in het café Suisse, aan den Overtoom. Ik ben toen weer naar den kelder gegaan en heb hem beroofd van geldswaardige voorwerpen, die bij bij zich had;

Toen kwam de gedachte bij mij op en het was mij, alsof ik een ander mensen was.... Ik greep toen naar zijn portefeuille om het accept te krijgen en zag daarin toen bankbiljetten. Ik besloot toen mij dat geld ook toe te eigenen. Toen ik dit gedaan had, kwam het plan bij mij op te onderzoeken of bij nog meer bij zich had en toen heb ik hem afgenomen zijn gouden horloge, één twintig dollar-stuk en twee tien dollar-stukken, een dolkmes en een kettingringetje, dat ik van zijn vinger nam;

Eenige dagen later had ik spijt, dat ik het gedaan had en toen kwam de gedachte bij mij op het geld en de goederen, die ik hem had afgenomen, te bewaren voor zijne kinderen. Toen, na een paar dagen, de gedachte bij mij opkwam, dat geld voor zijne kinderen te bewaren, heb ik het een tijdlang niet aangeraakt;"

O. dat de vraag, diefstal of verduistering, door het Hof terecht in eerstgemelden zin is beantwoord; dat toch de tot het bewijs gebezigde en dus als waar aangenomen opgaven van requirant een omschrijving van diefstal-handelingen bevatten en niet de conclusie rechtvaardigen, dat bij de goederen, welke zich op het lijk van Busch bevonden, vóórdat hij deze van het lijk tot zich nam, onder zich had;

dat ook al zou kunnen worden aangenomen — hetgeen thans niet behoeft te worden beslist — dat requirant het lijk van Busch, toen hij dit in den kelder had opgeborgen, in den toestand, waarin zich dat lijk bevond — dus het lijk met alles wat daarop aanwezig was als één geheel beschouwd — onder zich had, daarmede nog geenszins zou zijn beslist, dat hij ook de goederen, welke hij later van het lijk afnam, als zoodanig, te weten afzonderlijk gedacht, onder zich had;