Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voordat bij betreffende het hem door H. gedaan aanbod eene beslissing nam;

O. wat het middel van cassatie betreft:

dat het Hof de geheele telastlegging zonder eenig voorbehoud bewezen heeft verklaard, en, blijkens het hiervoren aangehaalde betoog, de woorden der dagvaarding „terwijl het aan zijn grove schuld te wijten is geweest dat hij niet heeft geweten dat die zegels door gezegden H. door diefstal waren verkregen" kennelijk aldus heeft opgevat: dat het aan gerequireerde's grove schuld te wijten was dat de bewuste koop op door diefstal verkregen zegels betrekking had en met name dat er feiten aanwezig waren, welke den gerequireerde in deze ruimschoots aanleiding tot een deugdelijk onderzoek naar de herkomst der zegels gaven voordat hij tot den koop overging — welke opvatting als van feitelijken aard en met de bewoordingen der dagvaarding niet onvereenigbaar in cassatie moet worden geëerbiedigd —, doch het gebrek dezer telastlegging en het nietstraf bare van het bewezen verklaarde volgens het Hof hierin is gelegen, dat bedoelde feiten niet nader zijn aangeduid;

O. dat 's Hofs betoog echter niet juist is, daar immers in de telastlegging en bewezenverklaring, zooals deze door het Hof feitelijk zijn opgevat, ligt opgesloten dat gerequireerde had moeten vermoeden dat de hem te koop aangeboden zegels door diefstal waren verkregen;

dat reeds hiermede het bij art. 417ft« Strafr. vereischte schuldelement is aangegeven, omdat gerequireerde, hoewel moetende vermoeden dat de zegels van diefstal afkomstig waren, deze niettemin zonder onderzoek heeft gekocht;

O. dat mitsdien de onderhavige dagvaarding en bewezenverklaring ongetwijfeld een strafbaar feit inhoudt, namelijk: het bij genoemd artikel strafbaar gestelde misdrijf;

Vernietigt het bestreden arrest, doch alleen voor zoover het bewezen verklaarde niet strafbaar is verklaard en de gerequireerde van alle rechtsvervolging is ontslagen;

Recht doende krachtens art. 105 R. O.:

Qualificeert het bewezen verklaarde als: „het koopen van een voorwerp, terwijl het aan des koopers schuld te wijten is, dat zijne handeling een door misdrijf verkregen voorwerp betreft";

Gezien de artt. 23 en 417Ws Strafr.;

Veroordeelt den gerequireerde tot betaling eener geldboete van ƒ 25, bij niet-betaling te vervangen door hechtenis van vijftig dagen;

Beveelt de teruggave van de 200 rentezegels van ƒ0.60, welke als stukken'van overtuiging hebben gediend, na verloop van acht dagen na heden aan de gemeente Deventer.

W. 10894.