Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaring van getuige R. verdachte H. het niet met hem eens was toen hij er niet in toestemde, dat deze nog meer goederen uit het huis Ampèrestraat ... te Eindhoven zou vervoeren dan geschied was in drie kisten, en toen zeide, dat hij er toch nog wel meer uit zou halen, terwijl hij bovendien blijkens evengemelde verklaring van getuige R. op den 4en Juni zoo weinig mogelijk bij of in het huis gezien wilde worden;

„dat in verband hiermede de omstandigheid, dat deze verdachte in den avond van 4 Juni 1933 — gelijk uit de getuigenverklaringen blijkt — met goederen het huis Ampèrestraat... voormeld, verliet om omstreeks half elf, er alleszins op wijst, dat hij toen bezig was om aan zijn voornemen om nog meer goederen uit het huis te halen gevolg te geven doch dit geenszins wijst op een opgeven van zijn plan, waarmede ook geheel in strijd zou zijn, dat hij de heele opstelling in het huis van brandbare voorwerpen en gaspistool met over het muurtje aan de Morsestraat hangend touwtje, liet zooals dat een en ander ter plaatse gevonden is;

„dat voorts ook het tijdstip, waarop hij die goederen in voormelden avond vervoerde geheel klopt met zijn voormelde uiting dat hij zoo weinig mogelijk in of bij voorzegd huis gezien wenschte te worden:

„dat immers gemeld vervoer door hem gedaan werd omstreeks half elf in den avond toen het donker werd en hij de vervoerde goederen bracht naar een plaats op een afstand van ongeveer 8 minuten gaans, Zooals mede blijkt uit de verklaringen der getuigen F. van den Broek en Baken, zoodat hij zonder twijfel nog tijd zou hebben gehad om voor de aankomst van bovenvermelde nachttrein den brand tot stand te brengen, indien geen onverwachte verhindering plaats vond;

„dat echter deze onverwachte verhindering naar 's Hofs oordeel voor hem hierin heeft bestaan, dat reeds 5 a 10 min. nadat hij zich van meergemeld perceel als voormeld verwijderd had de getuigen Nooyen en Mollemans zich bij het muurtje waar meergemeld, aan het voorzegde gaspistool bevestigde touwtje over hing, bevonden en dat geleidelijk meer menschen zich ter plaatse gingen ophouden, ten gevolge van welke van verdachteH.'s wil onafhankelijke omstandigheid deze in de uitvoering van zijn plan verhinderd werd, temeer daar bedoelde personen ter plaatse bleven tot de politie was gewaarschuwd en ter plaatse gekomen;

„dat het ook geenszins verwonderlijk is, dat verdachte H., nadat evenbedoelde personen bij gemeld muurtje waren gekomen, zich niet meer ter plaatse vertoonde;

„dat immers blijkens de verklaringen der getuigen F. van den Broek en Baken reeds vanaf het pad, waar later goederen, afkomstig uit het huis Ampèrestraat... en schoenen, op 4 Juni 1933 door verdachte H. gedragen, werden gevonden, te zien was, dat zich een menschenmenigte bij evengemeld perceel ophield:

„dat verdachte H. voorts, volgens zijne verklaring aan de getuigen R. en van L., de evengemelde schoenen naar diens huis had medege-