Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder een viaduct rijden wagons in snelle opeenvolging voorbij. De globe draait verder. Een lage spoordijk, van den beganen grond af gezien. Ochtendschemer, het rhythmisch getik van spoortreinwielen over rails, dat aanzwelt tot een zacht gedreun. Een verlicht stationnetje vliegt voorbij, perron, reclameborden, deuren van wachtkamers, drentelende reizigers, bagage, een kruier, uniform. Duisternis, een eenzame lantaren tusschen steenhoopen, donkere huizenrijen schuiven aan en weg, stuk stationsemplacement, rook, sintels en wagons. Glinsteren van water beneden, oppinkelen en plots weer dooven van licht jes tusschen de spijlen eener spoorbrug door, het bassend geluid van een scheepshoorn vermengd met afnemend treingedreun, en dit loopt weer uit op een klotsend geruisch van overstortende golven. Langzaam draait nog de globe. Het voorschip van een mailboot, gezien vanaf de brug, de puntige boeg rijst en daalt, wit schuim hoog over de raiHng, water over het glinsterend natte dek. Een grauwe lucht, en zoover je kunt zien, rollende golven. En plotseling staat Ford op, hij glimlacht niet meer, zijn gezicht is scherp en hard. Hij zegt: „Mijne heeren, het is onze bedoeling aan de markt te brengen een automobiel, speciaal geconstrueerd voor het dagelijksch gebruik, in zaken, in beroepsuitoefening en voor genoegen

Sluiten