Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

MOÏORPANNE. (Bij wijze van tussehenspel.)

Mist op zee. Uit den nevel komt op een oorlogsschip, stalen pantsertorens, dreigende kanonnen, optorenende masten, zware schoorsteenen, rookwolken. Duister en dreigend vaart het voorbij, en lost weer op in den mist.

Steigerende paarden komen aan langs een boschrand, geklop van hoeven, gepiep en geschok, zij trekken een monsterachtig kanon. Artilleristen. Het kanon wordt in stelling gebracht. Een doffe knal, een wolk van kruitdamp slaat neer. Een razende menigte, die zich verdringt op de straten en op de trappen van een beursgebouw.

Een dorpsstraat des nachts, onder artillerievuur. Gefluit, berstend scheuren van projectielen, die ontploffen. Groepen van 20 of 30 man dringen waanzinnig van angst zoo dicht mogelijk op elkaar achter de huizen, ie ziet niets dan samengepakte ruggen, inslaande granaten, fonteinen van vuur en aarde. Uit deze groepen komen andere gedaanten op, schreeuwende, gesticuleerende menschen rond een hoekman in een ruime zaal. Oorlogstafereel. Brandende huizen, onder-

Sluiten