Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De politieke beteekenis van het nieuwe Moerdijkkanaal.

Ter gelegenheid van de interpellatie De Savornin Lehman in de Eerste Kamer der StatenGeneraal, zeide de Minister van Buitenlandsche Zaken den Brabantschen afgevaardigde, den heer Van Lanschot toe, dat in zake een AntwerpenBijnverblnding „ongetwijfeld niets tegenover België zal worden vastgelegd, zonder dat daarbij niet alleen rekening wordt gehoudenmet de belangen van Noordbrabant, maar dat dat ook niet zal gebeuren zonder dat met het bestuur dier provincie dienaangaande nader overleg is gepleeg d."

Naderhand is bekend geworden, dat reeds vóór dien de minister zich tegenover België had vastgelegd voor wat de doortrekking van een nieuw kanaal naar Antwerpen betreft. Met het Brabantsche belang bij een zelfstandige eigen zeehaven aan de Westerschelde was dus geenerlei rekening gehouden, noch was daarover vooraf overleg gepleegd.

Toen naderhand nog overleg plaats had, drong het provinciaal bestuur van Brabant erop aan, in het belang dier provincie, het kanaal te laten eindigen bij Dintelsas. Ook hier werd met het Brabantsen belang geen rekening ge-

Sluiten