Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een critische bespreking van een strikt volken-

rechtelijke uiteenzetting, zooals het betoog van Mr.Str. ls, ware in dit dagblad niet op haar plaats Alleen wil lk hier de juistheid ontkennen van des schrijvers op blz. 8 voorkomende bewering, als zouden Nederland en België zonder toestemming van de garandeerende mogendheden geen wijziging kunnen brengen In art. X van het verdrag van 1839, tot staving waarvan hij zich ten onrechte op wijlen prof. A. A. H. Struycken beroept, die juist het tegendeel betoogde. *)

Het werkje van Mr. Str. bevat een even verdienstelijke als nuttige uiteenzetting, waarmee hij velen een genoegen zal hebben gedaan.

Dat genoegen wordt helaas goeddeels vergald door de politieke strekking ervan. Evenzeer als de zakelijke inhoud lof verdient, levert die strekking stof tot critiek.

In zijn voorwoord verklaart de schrijver, tot zijn publicatie te zijn overgegaan „mede ook omdat in de pers en elders in den laatsten tijd de meening verkondigd werd dat de aanleg van dergelijke internationale kanalen niet gewenscht

1) In „Nederland, België en de Mogendheden", heeft wijlen de staatsraad prof. A. A. H. Struycken uiteengezet, dat regelingen, die alleen de belangen van Nederland en België en niet het internationaal staatkundig statuut van België in Europa raken, door de beide staten in gemeen overleg kunnen worden veranderd, zonder toestemming van de Mogendheden. Alléén „voor zoover het gaat om veranderingen, die inbreuk zouden maken op het in het belang van den vrede in Europa vastgestelde statuut van België, aal de toestemming der Mogendheden daarop moeten worden gevraagd" (blz. 21).

Sluiten