Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen slecht vaderlander en geen omgekeerd chauvinist. Het natuurlijk ^-gevoel stelt zich geleidelijk en in graden voor gevoelens van saamhoorigheid open. Liefde voor het gezin, liefde voor het vaderland, liefde voor de menschheid passen in elkaar, heeft ook Zamenhof gezegd. Het één bloeit uit het ander op. Alle zijn in eigen sfeer even belangrijk; maar het latere stadium omvat het vroegere en houdt het in. Het vroegere stadium dat nog niet aan het volgende toe is, begrijpt het latere niet altijd goed, en strekt dan argwanend, hoewel te goeder trouw, een beschermende hand over zijn eigen ideaal. Omgekeerd vergeet het latere stadium in zijn ijver soms zijn afkomst, en verloochent die dan min of meer. Niet aldus de mensch Zamenhof. Het zou hem, die al-wat-leven-heeft met het begrip en den eerbied van den Wijze liefhad 1), botweg onmogelijk zijn geweest, zijn vaderland niet lief te hebben. En toen hij nochtans daarvan beschuldigd werd, heeft hij zich op treffende wijze verdedigd; niet om eigen persoon, want die telde voor hem nooit mee; maar terwille van de zaak die hij voorstond. Daarvan vertelt Privat2).

In al wat hij practisch voor een betere toekomst der menschheid voorstelde, liet hij ze medegelden, de vaderlandsliefde, die tezamen met het verwante godsdienst-

*) „Hij was gelukkig, als hij iets te verzorgen had. Nog thans vertellen zijn broeders en zusters met ingenomenheid van het tuintje dat zij onder leiding van den (veel ouderen) Lodewijk verzorgden. Nooit plukte hij het kleinste bloempje, of stond dit anderen toe." (Edward Wiesenfeld: Galerio a v ' bl. 12.)

2) In extenso in de verzamelde werken, bijeengebracht door Dr. Joh. Dietterle onder den titel „L. L. Zamenhof, Originala Verkaro; Ferd. Hirt & Sohn, Leipzig 1929. — Bl. 382—383

Sluiten