Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat Zamenhof kort voor den wereldoorlog geen deel nam aan de oprichting van een Joodsch Verbond, is met een en ander niet in strijd. Ook al om anderen niet te verwarren en daardoor den groei van zijn ideaal te vertragen, moest hij als „initiateur" (als profeet, mogen we wel zeggen), zich persoonlijk onverbiddelijk aan de Groote Lijn houden. Hoe daarbij zijn hart voor eigen volk bloedde, daarvan geeft Privat met een enkelen pennestreek ook den buitenstaanders wel een indruk.

Voor een juist inzicht moet ook worden gedacht aan de toestanden in Oost-Europa, die Zamenhof tot zijn overtuigingen leidden. Het ergste dat op het gebied van nationaal chauvinisme mogelijk is — „pseudo-patriotisme" noemde hij het in Londen *) — hadden hij en de zijnen meegemaakt2).

Dat Zamenhof een open oog had voor de geleide1 ij k h e i d van de menschelijke ontwikkeling tot wereldburgerschap, blijkt o.m. ook uit het derde van zijn vier Voorstellen in den Oproep van 1915 aan de Diplomatie. Niet onmiddellijk van de „geheele wereld" (zooals onlangs een gedrukt artikeltje) spreekt hier Zamenhof. Hij beluistert bescheiden de wetten van stoffelijke en geestelijke natuur, en weet, dat practisch ,,slechts"(!) een samenwerkend Europa vooralsnog het hoogste doelwit kan zijn.

Over dien voor de hedendaagsche wereldgeschiedenis zoo uitermate belangrijken Oproep van Zamenhof aan de

*) Londen, Guildhall 1907: Originala Verkaro, bl. 383.

2) In de mooie vergeestelijkte oogen van Zamenhofs moeder leeft op een portretje hartroerend de schim van doorgestane verschrikkingen.

Sluiten