Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bevolking de natuurkrachten aanbidden onder reuzeneiken, levenden tempel der goden.

Daar bond evenwel een Westersche wil met Oostersch geduld den strijd aan. In de middeleeuwen veroverden teutoonsche ridders het land, Poolsche edellieden voegden het bij hun rijk, de czaar van Rusland viel het aan. Middelerwijl stroomden uit de geheele wereld vervolgde Joden toe, die op koninklijk verzoek zich met handenarbeid en handel bezighielden. Zoo vond een ander zeer oud volk daar een nieuw Palestina en stichtte steden of breidde ze uit.

Het bracht handel en nijverheid mee, doch tevens zijn Duitsch-Joodsche taal, zijn eigen geloof en Sabbat, en zelfs bijzondere kleedij. Naar buiten toonden de Joden een door de slagen van het lot gekweekte schuwheid, innerlijk een fiere trouw aan de traditie der profeten :

Hoort naar Mij, gijlieden die de gerechtigheid kent, Gij volk, in welks hart mijne wet is! Vrees niet de smaadheid van den mensch, En voor hunne smaadreden ontzet u niet.

Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan,

Gij arm des Heeren!

Ontwaak als in de verledene dagen;

Zijt gij het niet die Rahab uitgehouwen hebt?

Zijt gij het niet die de wateren drooggemaakt hebt? *)

Toen het Littau-Poolsche Rijk tegen het einde der acht, tiende eeuw ineenstortte, had de geheele Littausche adel de voorvaderlijke taal reeds sinds lang losgelaten en was

') Jesaja LI, 7, 9, 10.

Sluiten