Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet de kortst mogelijke woordjes nemen, zooals ba, ca, da, be, ce, de, ab, ac, ad, eb, ec, ed, en daaraan willekeurig een vaste beteekenis toekennen? Niet mogelijk, dat zag hij terstond. Zulke woorden kon hij zelf niet eens van buiten leeren. Ze te onthouden zou menschenkracht te boven gaan.

Lévende woorden moest de taal hebben, zou zijzelve kunnen leven. Putten uit de gemeenschappelijke bron van Europeesche talen, dat was de oplossing. Een Latijn-Germaansch woordenboek zou het meest internationaal zijn. Engelschen, Franschen, Spanjaarden en Italianen, Hollanders, Duitschers, Skandinaviërs en zelfs Slaven zouden zooveel mogelijk van de elementen kennen. Woorden als horo, karto, vino, bruna en andere behooren immers gelijkelijk aan dertien tot twintig talen. Toch — een menschentaal is een reusachtig ding. Rijke taalregels, dikke woordenboeken, tienduizend uitdrukkingen benauwden den jongen Zamenhof. Hoe dat tot een goed einde te brengen ?

Op een keer, op straat, stelde een bliksemflits van plotseling begrijpen hem gerust. „Eens, toen ik in de zesde of zevende klas van het gymnasium zat, werd mijn aandacht getrokken door het opschrift svejcarskaja (portierswoning), dat ik al dikwijls gezien had, en daarna door het uithangbord kondüorskaja (suikerbakkerij). Dit -skaja1) interesseerde mij; het toonde mij, dat achtervoegsels mogelijk maken, uit een enkel woord vele andere te maken, die men dan niet afzonderlijk behoeft te leeren. Deze gedachte nam mij geheel in beslag, en opeens voelde ik grond onder de

') Skaja duidt blijkbaar de ruimte aan, waar iets gebeurt. Het Esperanto heeft met die beteekenis het achtervoegsel ejo.

Sluiten