Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan hij eerepresident was 1). Daar kwam hij op zijn geliefd onderwerp terug:

„Sommige Esperantisten" — zoo sprak hij — „hebben de goede gedachte gehad, langs persoonlijken weg dat te doen, wat officieel niet gedaan kan worden. Zij brachten niet alle Esperantisten samen, maar enkel diè personen, die de interne idee aanvaardden Men begrijpt al¬

lerwegen, dat U. E. A. een geschikte onzijdige basis vormt voor alle intermenschelijke betrekkingen en diensten; en door dit wederzijdsche elkaar-bijstaan zal vanzelf grooter vriendschappelijkheid en achting tusschen de volken ontstaan, en zullen de belemmeringen verdwijnen, die hun vreedzaam verkeer in den weg staan" 2).

In 1911 zond hij naar het Rassencongres in Londen een opmerkenswaardig onderzoek van de vraag betreffende volksstammen en internationale taal.

Of vijandschap tusschen volken een politieke oorzaak heeft? Neen, de bewoners van Weenen en Dresden sympathiseeren, ondanks de landgrens. Intusschen voerden Slaven en Germanen in Oostenrijk en elders strijd. Of economische concurrentie ze schept? Niet schept, maar uitbuit. Russische en Japansche armen dienen als soldaat de belangen van hun meesters. Als tusschen de twee volken wederzijdsch begrijpen bestond, zou oorlog moeilijk zijn. Of lichamelijke verschillen gewichtiger zijn? Neen, want die

') Opgericht in Januari 1908 door H. Hodler en Th. Rousseau. 2) Volledige tekst in het blad Esperanto, no. 62, Genève, 20 September 1909.

Sluiten